Het onderzoek is ingesteld door de mededingingsautoriteit van de COMESA (The Common Market for Eastern and Southern Africa), een economisch samenwerkingsverband van 21 Afrikaanse landen die geografisch samen twee derde van het Afrikaanse continent bestrijken. Anders dan de naam van de organisatie doet vermoeden, is bijvoorbeeld Zuid-Afrika er geen lid van, maar Tunesië en Egypte wel.

De COMESA stelt dat de betreffende rederijen tariefaankondigingen hebben gedaan die doen vermoeden dat er sprake is geweest van een ‘gecoördineerde handelwijze’. In kort tijdsbestek kwamen de rederijen met vergelijkbare prijsverhogingen. Daarmee hebben ze volgens de Afrikaanse organisatie mogelijk de regels overtreden.

De Deense containergrootmacht Maersk was afgelopen januari via zijn dochter Sealand Asia ook al een van de 23 rederijen die van de mededingingsautoriteit Fair Trade Commission (FTC) uit Zuid-Korea een boete kreeg opgelegd wegens verboden prijsafspraken. CNC Shipping, een intra-Azië-specialist van de CMA CGM-groep, behoorde eveneens tot de beboete zondaars in Zuid-Korea.

Welke straffen de COMESA in gedachten heeft, is nog niet bekend. In Zuid-Korea moesten de rederijen in totaal circa 75 miljoen dollar in de boetepot stoppen. Sealand kreeg daar een rekening van 2 miljoen euro, een bedrag dat Maersk, dat vorig jaar bijna 20 miljard dollar winst boekte, waarschijnlijk niet aan het wankelen zal brengen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement