Aan het eind van het eerste kwartaal van het jaar telde de vloot van de in Canada gevestigde rederij 132 schepen met een gezamenlijke capaciteit van 1,15 miljoen teu. Daarmee zou Seaspan op de achtste plaats staan van de mondiale top-100 van Alphaliner, voor het Koreaanse HMM. Daarin staan de rederijen die lijndiensten onderhouden met een mix van eigen en gehuurde schepen, terwijl Seaspan zijn schepen alleen verhuurt.

De scheepsverhuurder heeft daarnaast nog eens 67 nieuwe schepen in bestelling, die bijna allemaal voor 2025 moeten worden opgeleverd. Daarmee groeit de capaciteit tot bijna twee miljoen teu. Op dit moment heeft alleen Maersk meer vervoerscapaciteit in eigendom, namelijk 2,5 miljoen teu. De eigen vloot van MSC omvat 1,7 miljoen teu, maar die heeft nog 1,4 miljoen teu in bestelling.

Moederbedrijf Atlas, dat verder het veel kleinere generator-verhuurbedrijf APL bezit, boekte in het eerste kwartaal een omzet van 408 miljoen dollar. Daarvan bleef precies de helft, 204 miljoen, als nettowinst over. Het balanstotaal van de groep nam licht toe tot 10,6 miljard dollar.

De groep heeft sterk geprofiteerd van de hausse op de containermarkt sinds 2020 en heeft onlangs de charterovereenkomsten met ‘een wereldwijde lijnvaartrederij’ voor achttien schepen tot 2025 verlengd. Die zouden anders in 2023 en 2024 aflopen. Die deal levert Seaspan 200 miljoen dollar extra inkomsten op.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement