De schikking volgt op een rechtszaak afgelopen april, waarin een Amerikaanse rechter bepaalde dat de FMC in zijn recht stond om vanwege een klacht tegen Hapag-Lloyd van één Californisch bedrijf, Golden State Logistics (GSL), een boete van ruim 800.000 dollar op te leggen. De FMC zelf had de rechter in deze zaak om toestemming gevraagd voor een veel hogere bestraffing: 16,5 miljoen dollar boete. Hapag-Lloyd heeft volgens de FMC ‘willens en wetens’ onterechte d&d-kosten in rekening gebracht: de rederij bracht kosten in rekening voor zeecontainers die ze niet op tijd geretourneerd kreeg van de klant, terwijl ze zelf niet eens opslagruimte beschikbaar had waar die containers daadwerkelijk ingeleverd konden worden.

De nu getroffen schikking betreft niet specifiek de GLS-klacht, maar gaat om ‘vermeende overtredingen in verband met d&d-praktijken’ van Hapag-Lloyd in het algemeen.

Groter onderzoek

‘Krachtige handhaving van de FMC-regelgeving is nodig om het vertrouwen in ons zeevracht-systeem te herstellen’, zo meldt de maritieme waakhond ter verklaring van de schikking met Hapag-Lloyd. ‘We moeten garanderen dat machtige zeerederijen de Shipping Act eerbiedigen wanneer ze zaken doen met Amerikaanse importeurs en exporteurs.’ De schikking met Hapag-Lloyd is volgens de FMC ‘slechts een onderdeel’ van een groter onderzoek naar misdragingen in de containervaart en naar d&d-toeslagen in het bijzonder.

In een onderzoeksrapport afgelopen week concludeerde ‘fact finding officer’ Rebecca F. Dye van de FMC al, dat containerrederijen geen illegale afspraken over containertarieven lijken te maken, maar dat er wel alle reden is voor de toezichthouder is om nog strenger te gaan letten op gesjoemel met d&d-kosten.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement