De Nederlands redersvereniging KVNR spreekt van een ‘bijzondere mijlpaal’. De vereniging heeft achtereenvolgende bewindslieden en kabinetten achtervolgd met zijn lobbywerk om dit voor elkaar te krijgen. Dat dit zo lang geduurd heeft, is vooral toe te schrijven aan de Haagse huiver om het ‘geweldsmonopolie’ van de overheid uit handen te geven.

Tot nu toe konden schepen onder Nederlandse vlag op papier alleen bescherming tegen piraterij krijgen van een zogenoemd Vessel Protection Detachment (VPD). Deze eenheden kunnen worden geleverd door het ministerie van Defensie en bestaan uit minimaal elf mensen. De kosten daarvan lopen al snel op tot 5000 euro per dag.

Een alternatief is het inhuren van particuliere bewapende beveiligers bij één van de vele bureaus die op deze markt actief zijn. De meeste vlaggenstaten hebben dit altijd gewoon toegestaan, maar dit heeft in Nederland dus zo’n twintig jaar geduurd. De inzet van een enkele personen tellend particulier beveiligingsteam is vele malen goedkoper dan het inhuren van een VDP.

De inzet van deze VDP’s kwam na jaren van politiek gehakketak tot stand, maar bleek in de praktijk nauwelijks werkbaar. Defensie kon meestal niet snel genoeg mensen leveren en veel schepen hebben niet genoeg accommodatie voor zo’n omvangrijk team. Navrant is dat alle andere Europese vlaggenstaten het inhuren van particuliere bewapende beveiligers steeds hebben toegestaan, wat schepen onder Nederlandse vlag een concurrentienadeel opleverde.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement