In de grote containervaart met zijn mastodonten van 24.000 teu mag de rol van het rood-wit-blauw dan wel zo’n ­beetje zijn uitgespeeld, in het wereldje van het goederenvervoer per zeilschip kan je als Nederlander nog fier met de borst vooruit lopen. De zeilende vrachtvaarder met het grootste draagvermogen is momenteel een vaartuig met Nederlandse wortels: de in Duitse dienst en onder Seychelse vlag varende ‘Avontuur’.

De ‘Avontuur’, met ruimte voor 114 ton vracht, werd ruim een eeuw geleden, in 1920, gebouwd op de scheepswerf van Otto Smith in Stadskanaal (Groningen), indertijd ook de bouwer van vaartuigen als de ‘Op hoop van zegen’ en de ‘Voorwaarts’. Het zeilschip voer vanaf 1925 vracht voor de tegenwoordig nog altijd actieve rederij Wagenborg, waarna het grote buitenlandse omzwervingen maakte om in 2010 te belanden in Harlingen, waar het schip gerestaureerd werd om te dienen als dagtochtenboot. Televisiejournalist Frits Wester, met zijn eigen plezierboot toen vaste gast in het Friese havenstadje, wilde daarbij best de champagnefles tegen de gerenoveerde boeg knallen.

Anno 2022 vaart de ‘Avontuur’ voor het Duitse bedrijf Timbercoast, dat het schip gebruikt om het zeilend vrachtvervoer nieuw leven in te blazen. Volgens Timbercoast hielpen meer dan honderdzestig vrijwilligers zagend, borend en hamerend in de jaren 2014-2016 mee om het schip in Elsfleth, een met een binnenhaven en een scheepvaartmuseum uitgerust stadje ten noorden van Bremen, weer ‘tot leven te wekken’. Komende maand vertrekt de ‘Avontuur’, ijs en weder dienende, voor zijn alweer tiende rondreis vanuit de haven van Hamburg richting Tenerife, om van daaruit door te varen naar de Antillen, Santa Marta (Columbia) en Miami, om in het begin van 2023 via Le Havre terug te keren in thuishaven Hamburg. Timbercoast tekent erbij aan dat het vaarschema ‘niet in steen is gebeiteld omdat ons vrachtzeilschip afhankelijk is van wind, weer en vracht’.

Timbercoast maakt er geen geheim van wie zijn verladers zijn en pronkt op zijn website met een referentielijst met namen als Sol Nocturno, Slokoffie, Yogi Tea, Zotter Schokoladen, Knut Hansen Dry Gin en El Puente Fair Trade. Het bedrijf nodigt bijvoorbeeld ook aanbieders van zonnepanelen uit om mee te varen, maar in de regel bestaat de klantenkring uit fairtrade-handelaren van producten als koffiebonen, thee, cacao en rum, groene ondernemers die het niet over hun hart kunnen verkrijgen om hun biologisch geproduceerde producten te laten vervoeren met bunkerolie verstokende containerkolossen en zo alsnog een diepe CO2-voetafdruk achter te laten.

Motor ingebouwd

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat bij de renovatie van de ‘Avontuur’ een motor werd ingebouwd en ruimte voor 2.330 liter brandstof, maar volgens het bedrijf wordt die louter gebruikt om de havens in en uit te komen. De zeilschepen mogen bij ons dan herinneringen oproepen aan het met een besmet blazoen getooide VOC-tijdperk, terwijl de vaartuigen door het Amerikaanse economisch persbureau Bloomberg zelfs zijn omschreven als ‘pirate-like schooners’, de moderne uitbaters van de zeilschepen hebben het beste met de mensen voor.

Vrachtzeilers als Timbercoast zijn er wereldwijd steeds meer. Zoals de Franse gebroeders Barreau, die met hun bedrijf Grain de Sail sinds eind 2020 eveneens koffie, wijn en chocola over de Atlantische Oceaan varen, in hun geval met een nieuw gebouwd zeilschip. Grain de Sail (de naam is een woordspeling op het ook in Frankrijk bekende spreekwoord ‘iets met een korreltje zout nemen’) laat momenteel in Vietnam een tweede zeilschip bouwen, de ‘Grain de Sail 2’, die twee keer zo groot wordt als het eerste exemplaar. Dat zeilen zeker geen kinderspel is, blijkt wel uit de mededeling van het bedrijf, dat het bouwbudget ‘vertrouwelijk is maar in elk geval onder de 10 miljoen dollar blijft’. De oplevering van het schip staat gepland voor eind volgend jaar.

De ‘Grain de Sail 2’ krijgt een laadcapaciteit van 350 ton, met verdeeld over twee ruimen plaats voor in totaal 238 pallets. In een tank kan bovendien 18 kubieke meter vloeistof worden vervoerd. Het schip krijgt 1.170 vierkante meter aan zeilen, maar ook een motor, volgens het Franse bedrijf ‘slechts een kleintje, die alleen fossiele brandstof verbruikt bij manoeuvres om in en uit havens te komen’.

De ondernemers die nu zeilschepen exploiteren, zijn zelf de eersten om te beamen dat hun activiteiten een druppel op een gloeiende plaat vormen te midden van de containerreuzen die het wereldwijde vrachtvervoer domineren, maar de Britse krant The Guardian kon het deze zomer toch niet laten om een ‘longread’ over de zeilonderneming van de gebroeders Barreau te voorzien van de kop ‘It’s a little bit of utopia: the dream of replacing container ships with sailing boats’. Het Guardian-verhaal benoemt de inspiratiebron waarmee de internationale trend ooit begon: het Nederlandse bedrijf Fairtransport.

In de running

Toen drie Nederlandse vrienden in 2007 in Den Helder het bedrijf Fairtransport begonnen om met een zeilschip op milieu­vriendelijke wijze chocolade, koffie, rum en honing uit Zuid-Amerika naar Europa te varen, besloot ondergetekende om daar een verhaaltje van te maken op de ‘Marge’, onze achterpaginarubriek waarin wekelijks kond wordt gedaan van de wat ludiekere gebeurtenissen uit de transportwereld. Maar vijftien jaar later is het bedrijf nog steeds volop in de running. Naast het oorspronkelijke vlaggenschip ‘Tres Hombres’, een gerestaureerde uit 1943 stammende brigantijn (zeilschip met twee masten) die dit jaar zijn 22e transatlantische reis maakte, heeft het bedrijf in zijn vloot ook de ‘Nordlys’, naar eigen zeggen ’s werelds oudste nog zeilende vrachtschip. Het vaartuig, in 1873 als kotter gebouwd om vis vanaf vissersboten naar de kade te brengen, heeft tot nu tot vijf Europese reizen gemaakt om producten als whiskey en olijfolie te vervoeren.

De ‘Tres Hombres’ (40 ton) en de ‘Nordlys’ (25 ton) varen tot op de dag van vandaag 100% met de wind mee: ze zijn motorloos. Ook het Franse bedrijf Blue Schooner Company zegt géén fossiele brandstof te gebruiken. Net als Timbercoast vaart de vijf jaar geleden opgerichte Franse onderneming met een historisch Nederlands schip: de ‘Gallant’, in 1916 in Vlaardingen oorspronkelijk als haringlogger gebouwd onder de naam ‘Jannetje Margeretha’. De Vlaardingse dame waarnaar de vissersboot destijds werd vernoemd, zal in haar stoutste dromen niet hebben bevroed dat het schip ruim een eeuw later nog koffiebonen, zout, olijfolie, wijn en grondstoffen voor cosmetica zou vervoeren tussen Amerika en Europa. Het vaartuig heeft een laadcapaciteit van 35 ton.

Ook binnen Amerika zelf is de zeiltrend inmiddels omarmd. In de staat New York vaart nu de ‘The Apollonia’, een in 1946 in Baltimore gebouwde ‘steel hulled schooner’, met vracht tussen Hudson en New York City. En SailCargo, een onderneming uit Costa Rica, vaart vracht voor Café William, een koffieproducent uit Quebec (Canada). SailCargo nam dit jaar de ‘Vega’ in gebruik, een in 1909 in Zweden gebouwde cargo-schooner die de laatste jaren meedeed aan ‘tall ship races’ maar nu weer gaat doen waarvoor het ooit gebouwd werd. Ook SailCargo, dat beweert ondersteund te worden door ‘meer dan driehonderd global impact investors’, heeft weer een aantal Nederlandse raakvlakken. De Canadese oprichtster Danielle Doggett volgde de Enkhuizer Zeevaartschool en werkte met het oog op het bouwen van een tweede schip samen met het Amsterdamse bureau Dykstra Naval Architects. Dat tweede schip moet de ‘Ceiba’ worden, een zeilschip dat tevens een 100% elektrische motor krijgt en volgend jaar in de vaart zou moeten komen. De capaciteit ervan wordt 250 ton oftewel, zo berekent SailCargo, ‘het equivalent van negen 20ft-containers’.

1.100 ton

Baas boven baas in het zeilwereldje lijkt het Franse bedrijf TOWT (TransOceanic Wind Transport), dat heeft aangekondigd moderne zeilschepen te bouwen die elk meer dan 1.100 ton vracht zullen kunnen meenemen. Ook TWOT durft de vergelijking met de containervaart te maken: genoemde capaciteit staat volgens het bedrijf gelijk aan meer dan honderd containers. Het eerste schip zou in juni komend jaar in de vaart moeten komen. In 2026 zouden er inmiddels drie zusterschepen moeten zijn. TOWT maakt tot nu toe gebruik van de diensten van de ‘Avontuur’ en zegt de (financiële) steun van een aantal grote Franse bedrijven te hebben om zijn eigen zeilambities te verwezenlijken.

De Nederlander Jorne Langelaan, een van de drie vrienden alias de ‘Tres hombres’ die in 2007 met Fairtransport de weg baanden voor al dit hedendaagse zeilgeweld, is anno 2022 ook nog volop actief met zijn nieuwe start-up EcoClipper. Hij kwam eerder dit jaar in het nieuws met de aankoop van ‘De Tukker’, een vrachtschip uit 1912 dat hij op de Noordzee gaat inzetten om 50 tot 70 ton vracht te vervoeren. In navolging van zijn buitenlandse geestverwanten wil ook Langelaan een nieuw zeilschip gaan bouwen, naar het voorbeeld van het Nederlandse schip ‘Noach’ uit 1857, volgens hem ‘het snelste Nederlandse zeilschip uit de geschiedenis’. Het toekomstige schip moet plek krijgen voor 500 ton vracht en zou zich niet moeten beperken tot Europa of de transatlantische route, maar ook streken moeten bezoeken waar zeilschepen in het verre verleden kind aan huis waren: Azië.

Voor de ontwikkeling van deze ‘EcoClipper500’ haalde het bedrijf dit voorjaar 200.000 euro op onder investeerders. ‘De grote financiële instellingen waren tot voor kort nog niet klaar om te investeren in de zeilvaart’, aldus EcoClipper, ‘maar ondanks de huidige wereldsituatie toont een groeiende groep individuele investeerders uit de EU, Zwitserland en het VK veel belangstelling voor bedrijven die duurzaam reizen en door windenergie voortgedreven logistiek aanbieden.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement