Het schip dat op weg is naar India, een ‘Very Large Crude Carrier’ (VLCC) zou tot 2 miljoen vaten olie kunnen vervoeren. De andere schepen kunnen aan boord een lading variërend tussen de 600.000 en 1 miljoen vaten meenemen. Momenteel verscheept Rusland met name veel olie middels Chinese VLCC’s. Kleinere olietankers zijn namelijk schaars omdat deze veelal in handen zijn van westerse rederijen.

De G7, een bondgenootschap van Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, stelden in december een prijsplafond in voor olie uit Rusland. Dat houdt in dat alleen olie die wordt verkocht tegen een prijs van 60 dollar (omgerekend zo’n 55 euro) per vat of minder kan worden geïmporteerd. Als Russische olie voor een hogere prijs wordt verhandeld, mogen westerse bedrijven zoals rederijen en verzekeraars niet meewerken aan het vervoer daarvan.

De prijs van Russische olie afkomstig uit de Oeral ligt ver onder het prijsplafond. China, dat evenals India de aanval op Oekraïne nooit heeft veroordeeld, ziet daarom mogelijkheden. Zo zei een directeur van een Chinees bedrijf, betrokken bij de verzendingen, dat het “kopen en verhandelen van de Oeral-olie in wezen legitiem” is. Hij schat in dat er dit jaar nog zo’n 34 schepen gebruikt kunnen worden voor het verschepen van Russische olie naar China, genoeg voor 15 miljoen ton olie. Dat is ongeveer 10 procent van de totale Oeral-olie-export.

De Indiase minister van Olie gaf donderdag nog aan dat India olie zou kopen waar het de brandstof voor de goedkoopste prijs kon krijgen. Volgens bronnen die spraken met Reuters zouden Indiase raffinaderijen een korting van 15 tot 20 dollar per vat krijgen.