‘Het is onbestaanbaar dat wij nog altijd in de planningsfase zitten, terwijl het traject aan Nederlandse zijde bijkans al de eerste roestsporen vertoont’, aldus de minister van Verkeer Michael Groschek. Hij liet weten dat de aanleg een speerpunt is in zijn toekomstige beleid.

Groschek sprak tijdens een bijeenkomst die was georganiseerd door onder meer de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK), die zich inzet voor de bouw van de spoorverbinding. De DNHK liet in november weten te vrezen dat pas in 2015 met de bouw zou worden begonnen.

De aanleg van het nog ontbrekende deel van de Betuwelijn kost de Duitse overheid volgens recente schattingen 1,6 miljard euro. Hiervan neemt de regering in Berlijn 64 procent voor haar rekening; de overige 36 procent moet worden opgehoest door de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Als het spoor aan beide kanten van de grens klaar is, kunnen goederen sneller van de havens van Rotterdam naar het Duitse achterland worden getransporteerd.