Dit blijkt uit cijfers van de Duitse belangenvereniging voor het spoor Allianz pro Schiene en adviesbureau SCI Verkehr. Hierin zijn 12 Europese landen met elkaar vergeleken op het gebied van investeringen in spoorinfrastructuur. Nederland staat in 2021 op de achtste plek, terwijl we in 2020 nog de zevende plaats wisten te bereiken.

Hiermee staan we net boven Duitsland. Ons buurland investeerde in 2021 124 euro per persoon in infrastructuur, terwijl het land in 2020 nog 88 euro investeerde. ‘Met 124 euro per persoon investeerde Duitsland nog nooit zoveel in het spoor. Maar ook andere Europese landen hebben hun staatsinvesteringen in het spoornet aanzienlijk verhoogd. Waardoor Duitsland in vergelijking met andere landen in Europa nog steeds op een lagere plaats staat’, aldus Dirk Flege, directeur van Allianz pro Schiene.

Volgens Allianz pro Schiene wordt deze stevige verhoging bovendien gedeeltelijk veroorzaakt doordat ter beschikking gestelde middelen voor Deutsche Bahn in het kader van het ‘klimaatbeschermingsprogramma’ in 2021 ook voor 2020 is uitbetaald.  Flege zegt te verwachten dat de hoogte van het investeringsbedrag in 2022 weer zal terugvallen. Zonder dit bedrag zou Duitsland op 112 euro per hoofd van de bevolking uitkomen, waarmee het land nog steeds op de negende plaats blijft staan.

Luxemburg investeerde in 2021 ruimschoots het meeste in de spoorinfrastructuur, gevolgd door respectievelijk Zwitserland en Noorwegen. Vooral de spoorinvesteringen van Noorwegen namen vorig jaar toe. Het land investeerde in 2021 bijna 90 euro per persoon meer in het spoor dan in het jaar daarvoor en haalde daarmee Oostenrijk in, die in 2020 nog in de top drie stond.

Digitalisering

De Duitse vereniging spreekt zich ook uit over de vorderingen op het gebied van digitalisering in Europa. Als het gaat om het realiseren van ETCS, onderdeel van het nieuwe beveiligingssysteem ERTMS, blijft Duitsland volgens Allianz pro Schiene achter. Dit baseert de organisatie op een lopende studie van SCI Verkehr. Volgens dit onderzoek zou Duitsland rond 2040 nog maar ongeveer 90% van het spoorwegnet hebben aangepast, terwijl België in 2024 al op 100% zit.

Het onderzoek vergelijkt tien Europese landen met elkaar en presenteert België, Denemarken en Zwitserland als koplopers als het gaat om het installeren van het internationale beveiligingssysteem. Hoewel het doel echter is om het nieuwe systeem in 2030 in Europa te kunnen gebruiken op de spoorcorridors, blijkt uit het onderzoek dat veel landen langer nodig zullen hebben.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement