Dit schrijft staatssecretaris Vivianne Heijnen in een brief aan de Tweede Kamer. Het gaat om het verlengen van de wacht- en buffersporen op de emplacementen Roosendaal, Rotterdam Noord Goederen, Hengelo en Oldenzaal.

De werkzaamheden worden tegelijk uitgevoerd met andere, al geplande, werkzaamheden op deze emplacementen. Met deze zogeheten ‘meekoppelkansen’ wordt volgens spoorbeheerder ProRail ‘tijd en belastinggeld bespaard’.

‘Ik erken dat het rijden met langere treinen de vervoerskosten per ladinggewicht verlaagt, waardoor de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer verbetert’, benadrukt Heijnen in haar brief.

Nut

Hans-Willem Vroon, directeur van brancheorganisatie RailGood, laat weten deze investeringen niet al te nuttig te vinden. ‘Ze gaan belastinggeld in het rond pompen op plaatsen waar wij niet willen rijden. Alleen Oldenzaal en Roosendaal zijn voor goederenvervoer echt van nut. En je hebt er niks aan als je op de route niet met 740 meter treinen kan rijden’, stelt hij.

De brief kondigt ook een aantal verkenningen aan voor het Rotterdamse havengebied. In totaal steekt het ministerie 19,5 miljoen in  de havenspoorlijn. Er gaat onder andere onderzoek gedaan worden naar het vergroten van de capaciteit op emplacement IJsselmonde.

Daarnaast wil het ministerie kijken naar het elektrificeren van de sporen op emplacement Europoort en het geschikt maken van emplacement Botlek voor langere treinen. Ook wordt er geld gestoken in onderzoek naar het opwaarderen van de stamlijn bij de Merseyweg.

Extra heffing

De sector gaf recent echter juist aan te maken te krijgen met veel hogere kosten en liet weten zich zorgen te maken over de concurrentiepositie van het goederenvervoer per spoor. Dit komt onder andere door een verandering in de systematiek van ProRail voor het berekenen van de gebruiksvergoeding voor het spoor, waardoor de kosten voor parkeren en rangeren voor goederenvervoerders hoger worden.

Recent werd wel bekend dat Heijnen tijdelijk 25% van de kosten voor het gebruik van het spoor voor opstellen en rangeren aan de sector gaat vergoeden. Hiervoor is in totaal 28 miljoen beschikbaar, waarvan 14 miljoen voor volgend jaar is bestemd. Vroon gaf eerder al aan dit bedrag te laag te vinden.

Subsidie

Het ministerie laat desgevraagd weten dat vervoerders om in aanmerking te komen zelf een aanvraag moeten indienen bij ProRail. De subsidie stopt wanneer het maximale beschikbare budget voor dat jaar is bereikt. In de brief stelt de staatssecretaris bovendien dat ProRail ‘voor de financiering hiervan in opdracht van het ministerie aan alle gebruikers van het spoor een extra heffing oplegt.’

De staatssecretaris besprak het onderwerp tijdens het commissiedebat Spoor met de Tweede Kamer. Tijdens het debat vroeg Harry van der Molen van het CDA aan de staatssecretaris of zij de opvatting deelt dat de tarieven voor opstel- en rangeersporen in Nederland niet uit de pas kunnen lopen met Duitsland en België. Heijnen liet weten deze opvatting te delen.

Zachte landing

‘Maar dit is ook een budgettaire kwestie. Ik vind het belangrijk om te zorgen voor een zachte landing. Dat zal niet makkelijk zijn. Ik heb vrijwel geen ruimte in mijn begroting. En er gelden ook hele strenge staatssteunregels. Ik kom daar volgend voorjaar bij de kamer op terug’, stelde zij echter wel.

Ook ging zij in op andere kostenstijgingen, zoals de kostenstijgingen door de komst van ERTMS, en de gevolgen die dit heeft voor de concurrentiepositie van de sector. ‘Twee weken geleden is er een motie aangenomen om te kijken of er extra geld kan worden vrijgemaakt. Ik weeg die motie mee in het toekomstbeeld spoorgoederenvervoer’, zei de staatssecretaris hierover.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement