In brede kring wordt erkend dat het verdrag een grote bijdrage heeft geleverd aan de groei van de welvaart in West-Europa. Het beginsel dat er, in tegenstelling tot vroeger tijden, geen tol op de Rijn en alle zijrivieren geheven mocht worden en dat de toegang vrij was voor iedereen, was een belangrijke impuls voor de handel en het goederenvervoer.

Overigens was daarvoor in 1831 al de basis gelegd met de ondertekening van het Rijnvaartverdrag. De Akte van Mannheim heet dan ook officieel de Herziene Rijnvaartakte en werd ondertekend door zes staatshoofden: de Koning der Nederlanden, de Groothertog van Baden, de Koning van Beieren, de Keizer der Fransen, de Groothertog van Hessen en de Koning van Pruisen.

Leden en waarnemers

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) ziet toe op de naleving van het verdrag. Die zetelt in het ‘Palais du Rhin’ in Straatsburg en telt vandaag de dag vijf leden: België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zwitserland. Daarnaast hebben elf landen de status van waarnemer: het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije, Luxemburg, Hongarije, Oostenrijk, Oekraïne, Polen, Roemenië, Servië, Slowakije en Tsjechië.

Het originele, in het Franse opgestelde, exemplaar van de akte is samen met de zes ratificatie-oorkonden voor de gelegenheid overgebracht naar het Kasteel van Mannheim, waar het verdrag 150 jaar geleden getekend werd. Deze tijdelijke en symbolische verhuizing van de akte is het startpunt van een groot aantal festiviteiten.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement