Hij vindt dat minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken (foto) niet bij de Europese Commissie moet klagen over de toestroom van arbeidskrachten uit Oost-Europa. Hij doet er beter aan te bevorderen dat die arbeidsmigranten worden beloond naar West-Europese maatstaven.

Asscher stelde zaterdag in de Volkskrant dat ‘onze zwakste burgers’ het op de arbeidsmarkt afleggen tegen ‘bekwamere mensen van elders’. Volgens hem heeft het vrije verkeer van werknemers in de Europese Unie een ‘ontregelend effect’ heeft gehad op ‘een deel van de armere en minderhoogopgeleide burgers in de rijkere EU-landen’.

Groenendijk begrijpt de uitlatingen van Asscher niet. Volgens hem wordt de suggestie gewekt dat het vrije verkeer van werknemers in de Unie iets van de laatste tijd is. ‘Dat is al veertig jaar gaande’, aldus Groenendijk. ‘Overigens vreesde de Nederlandse regering begin jaren zeventig een toestroom van Italianen.’

Volgens Groenendijk speelt de door Asscher gesignaleerde verdringing van Nederlander door Oost-Europeanen alleen bij vrachtautochauffeurs. Buiten de transportsector komen bijvoorbeeld Polen alleen hier werken ‘omdat hier werk blijft liggen’.

Het werkelijke probleem, aldus Groenendijk, vormen de schijnconstructies op basis waarvan Oost-Europeanen in West-Europa worden tewerkgesteld, alsmede de onderbetaling van deze arbeidsmigranten.

Hij wijst erop dat FNV Bondgenoten bij de rechter gelijke beloning heeft afgedwongen voor achthonderd Polen die in de Eemshaven een kolencentrale helpen bouwen. ‘Laat Asscher zorgen dat dit soort vakbondsacties overbodig wordt in plaats van verantwoordelijkheden af te wentelen op Brussel.’