Dat bureau werd ervan verdacht mensen als ‘schijnzelfstandige’ onder te brengen bij wegvervoerders, hetgeen op grond van de regelgeving in het goederenvervoer over de weg niet is toegestaan.

De bond, of eigenlijk de stichting VNB, die namens de bond ontoelaatbare praktijken in de bedrijfstak opspoort en aanpakt, had gewild dat de rechter zelf het betrokken bemiddelingsbureau buiten de wet had verklaard.

Het ging bij dit bureau vooral om Nederlandse en Bulgaarse chauffeurs. Schijnzelfstandigheid is in het wegvervoer niet toegestaan. Een chauffeur is of in dienst van een werkgever, of hij verricht, met eigen materieel, zijn werk als eigen rijder. Een tussenweg is er niet.

Bemiddelingsbureaus moeten bovendien voor hun werk toestemming hebben van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De Inspectie Leefomgeving en Transport van dit ministerie moet toezien op de handhaving van de wettelijke regels.