Die zou dit werk via een eigen Slowaaks dochterbedrijf hebben uitbesteed aan een Slowaaks uitzendbureau. Voor het feitelijke werk wordt van Slowaakse chauffeurs gebruik gemaakt, die maandelijks 420 euro zouden verdienen.

Dat is veel minder dan voor hetzelfde werk op grond van de geldende Nederlandse arbeidsvoorwaarden zou worden uitbetaald, constateert Jongerius. Ze wil van de Commissie weten of de constructie in strijd is met de Europese Verordening die de voorwaarden vaststelt om het beroep van ondernemer in het beroepsvervoer over de weg uit te oefenen.

Ze wil ook weten of de constructie wel voldoet aan de regelgeving voor de toegang tot de internationale markt. Tenslotte wil ze dat Brussel beziet of sprake is van overtreding van de rij- en rusttijden. Ze vindt dat de constructie het gelijke speelveld voor alle ondernemers in de Unie ondermijnt en afbreuk doet aan het recht van werknemers op de arbeidsvoorwaarden die gelden in het land waar ze feitelijk actief zijn.

Ook als de regelgevving strikt genomen niet zou worden overtreden, dan nog wil Jongerius dat de Commissie de ‘mazen’ in de wet- en regelgeving dicht, om zo wèl voor een eerlijke concurrentie te zorgen.

IKEA zelf heeft ‘geen aanwijzing’ dat de door het bedrijf ingeschakelde vervoerder wet- of regelgeving zou overtreden. Het woonwinkelbedrijf zegt bereid te zijn de ‘dialoog’ met de vakbeweging aan te gaan. Het zegt dat de eigen goed-gedragcode IWAY ook van toepassing is op personeel dat niet bij IKEA in dienst is.