Dat is het oordeel van het Europese Hof van Justitie. Het gaat om een bedrag van 642 miljoen euro. Feitelijk betekent de uitspraak van het Hof dat de Franse staatsspoorwegmaatschappij SNCF het geld moet terugstorten in de Franse schatkist.

Sernam werd in 1970 opgericht als dochter van SNCF in het vervoer van expreszendingen en pakjes. Sinds eind vorige eeuw was deze dochteronderneming noodlijdend en moest de staat toeschieten met steun om het bedrijf overeind te houden. Daartegen werd toen al bezwaar gemaakt door particuliere concurrenten in de expres- en pakketmarkt, zoals Mory.

In 2006 werd Sernam overgenomen door het investeringsfonds Butler Capital Partners. In 2010 ging Sernam, met een verlies van 15 miljoen euro en een omzet van 300 miljoen euro, failliet. De rechtbank in Nanterre keurde goed dat het bedrijf terugkeerde in de schoot van SNCF, via dochterbedrijf Geodis Calberson.

In 2012 oordeelde de Europese Commissie dat de inmiddels verstrekte staatssteun, 642 miljoen euro, moest worden teruggegeven aan de Franse staat. SNCF ging hiertegen in beroep, maar de klacht werd door de Commissie afgewezen, waarna de kwestie aan het Europees Hof van Justitie werd voorgelegd. Het Hof heeft nu in een definitief oordeel vastgesteld dat het om ongeoorloofde staatssteun gaat, die Parijs van Sernam (SNCF) moet terugvorderen.