Fossiele brandstoffen eruit, elektrisch verkeer en vervoer erin. Dat is in het kort het doel dat de zogenoemde Mobiliteitstafel, een onderdeel van het Klimaatakkoord, dat Nederland voorhoudt voor de komende twaalf jaar. In 2030 moeten alle nieuwe personenauto’s rijden op stroom. In 2050 moet alle mobiliteit, zowel over de weg als het binnenwater en het spoor, volledig emissievrij zijn.

Alleen zo draagt de mobiliteitssector voldoende bij aan de klimaatafspraken die in Parijs zijn gemaakt. Deze sector is een grote vervuiler: in 2015 leverde hij naar verhouding de grootste bijdrage aan de totale milieuschade, die toen 31 miljard euro bedroeg. Mobiliteit nam daarvan 12 miljard euro voor haar rekening.

Elektrisch rijden

De Mobiliteitstafel, waaraan zowel overheid als bedrijfsleven deelneemt, denkt ons met een reeks voor de hand liggende maatregelen op alle niveaus naar deze doelen op middellange en langere termijn te leiden. Het zal intussen nog vele jaren kosten om mobiliteit te verlossen van de nu nog dominante fossiele brandstoffen voor onze voortbeweging.

De alternatieven zijn wel in opkomst, maar nu nog goed voor een fractie van ‘fossiel’. Zeker het zware goederenvervoer kan nog niet overschakelen op elektrisch rijden, het einddoel van het grote klimaatproject tot halverwege deze eeuw. Dat vereist onder meer verdere verbetering van de batterijen en brandstofcellen voor zwaar vervoer.

Waterstof

Zolang daarmee onvoldoende voortgang is geboekt, moeten we vooral gebruikmaken van andere in opkomst zijnde alternatieven, zoals waterstof, die rendabeler moet worden geproduceerd, geavanceerde en duurzame biobrandstof, ‘waaronder synthetische kerosine’, en verbetering van de logistiek en mobiliteitsdiensten, zegt de Mobiliteitstafel. Van biobrandstof zoals die nu op de markt wordt aangeboden, is de gespreksgroep weinig gecharmeerd.

Biomassa wordt weliswaar graag gezien als alternatief voor fossiele brandstoffen, maar de partijen die bij het Klimaatakkoord zijn betrokken, hebben grote twijfels over de duurzaamheid. Ze hebben bij hun recente rapport een betoog toegevoegd van Leffert Oldenkamp, Hij is adviseur van Bosbeheer en beschouwt de meeste biobrandstof, in het bijzonder houtsnippers, eerder als een achteruitgang in de race van fossiele brandstoffen naar schone alternatieven.

‘Brandhout is slechter dan kolen, olie en gas’, kopt Oldenkamp zijn weblogbericht van eind augustus. Hij wijst erop dat bij het verstoken van brandhout de in het hout opgeslagen CO2 weer vrijkomt in de atmosfeer. Bomen halen weliswaar CO2 uit de lucht en geven ons de zuurstof terug die van dit broeikasgas deel uitmaakt. Maar bij verbranding van hun hout laten ze de schadelijke stoffen (koolstof) weer los. ‘Het verstoken van zowel hout als van fossiele brandstof heeft CO2-uitstoot tot gevolg’, schrijft hij.

Milieu

Oldenkamp wijst erop dat een combinatie van massale houtkap en slechte instandhouding van bossen per saldo een negatief effect heeft voor het milieu. Dat is precies wat er gebeurt in de Derde Wereld, waar nog vooral brandhout wordt gebruikt voor verwarming en om op te koken. Vanwege een uiterst laag rendement bij de winning van energie uit hout is zoveel grond nodig dat al gauw houttekorten dreigen te ontstaan. Je kunt dus nog beter kolen of olie verstoken dan pellets en chips, concludeert hij. In fossiele brandstoffen zijn ‘over langere tijd koolwaterstoffen gevormd, die minder CO2 uitstoten per eenheid op te wekken energie’.

Boomkap is funest voor het bereiken van wereldwijde klimaatdoelstellingen, zeggen andere tegenstanders van bepaalde vormen biomassa. Zo worden in Azië bossen omgelegd om te worden vervangen door nieuwe aanplant van oliepalmen. Uit de palmolie wordt onder meer biomassa geproduceerd, maar daaraan gaat dus de ontbossing vooraf. En juist die bestaande bossen zijn hard nodig om CO2 op te nemen.

7,3 megaton

Verwacht wordt dat Nederland tegen 2030 in de mobiliteit de uitstoot van CO2 met zeker 7,3 megaton kan hebben beperkt, waarmee we mooi op streek zouden zijn naar het doel voor 2050: nul-emissie. Op korte termijn wordt dan gedacht aan elektrisch personenvervoer, de bevordering van openbaar vervoer (liefst ook elektrisch) en vergroening van brandstoffen bij de drie landmodaliteiten. Op dat gebied gebeurt al heel wat en de resultaten ervan zijn bemoedigend. Tot 2050 is met zulke maatregelen een emissievermindering van zelfs zestien megaton per jaar mogelijk.

In dat verband wordt onder meer aangedrongen op invoering van de kilometerheffing, een nieuwe differentiatie van brandstofaccijnzen (diesel en benzine duurder, alternatieven goedkoper) en verplichte bijmenging van schonere aandrijving op bijvoorbeeld moderne biobrandstof. Door verlaging van de energiebelasting voor elektrische laadpalen valt ook te winnen. Nederland geldt nu al als voortrekker in de aanleg van (snelle) laadmogelijkheden voor elektrisch vervoer.

Opwekking

De grote vraag blijft voorlopig: waar komt die elektriciteit vandaan? Voor een groot deel van het gebruik in de mobiliteit, net als voor huishoudens, moet de opwekking nog jaren op fossiele brandstoffen (kolen, olie, aardgas) terugvallen. De toekomst van kernenergie is ongewis, net als in bijvoorbeeld Duitsland, dat al is begonnen met de sluiting van atoomcentrales. Nederland wil het gebruik van kolen uitfaseren, maar bijvoorbeeld windenergie en zonnepanelen kunnen de kolenstook in centrales nog lang niet geheel vervangen.

Dat bijvoorbeeld windenergie, dankzij de aanleg van grote windparken op het land en op zee, wel degelijk bijdraagt, wordt duidelijk uit de statistieken die diverse instituten voor heel Europa opstellen. Op vrij windarme dagen draagt onze vriend Aeolos met zijn moderne turbines toch al ruim 4% bij aan het totale verbruik van energie. Dat kan oplopen tot 16% op dagen waarop de wind flink over ons continent blaast. Maar windparken vergen zowel te land als buitengaats steeds meer zorgvuldige inpassing in het landschap. Hun efficiency neemt wel hand over hand toe, evenals die van zonnepanelen.

Ruimtelijke indeling

De Mobiliteitstafel wees in het verzamelde rapport van alle klimaattafels op de noodzaak van zorgvuldige planologie en ruimtelijke indeling van ‘oud’ en ‘nieuw’, in een dichtbevolkt land als het onze. Wat doen we straks met de grote arealen die in en bij onze grote havens nu door raffinaderijen en de op- en overslag van olie en kolen in beslag worden genomen? Besluiten daarover moeten niet alleen op landelijk niveau worden genomen, maar ook ‘van onderop’, in de gemeenten waar straks ruimte beschikbaar komt. Er wacht ons de komende decennia een planologische stoelendans.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement