De vermeende overtredingen vonden plaats in 2016. Toen hebben de OBU’s in een aantal vrachtwagens niet alle gegevens op Belgische wegen juist geregistreerd en doorgegeven aan de autoriteiten. Oorzaak hiervan was een probleem met de verbinding.

Het lampje van het kastje bleef wel branden en maakte ook contact met slagbomen, bijvoorbeeld bij de Liefkenshoektunnel. Tevens zou het kastje wel werken bij de Franse tolpoorten. Echter, de ritgegevens in België werden niet doorgegeven aan de Vlaamse en Waalse Belastingdienst, terwijl vrachtwagenchauffeurs dat niet in de gaten hadden.

Torenhoge boetes

In de loop van 2017 kregen de betreffende transportbedrijven tot hun eigen verbazing hoge boetes vanwege de onbetaalde tol. Dan gaat het om bedragen variërend van enkele tienduizenden euro’s tot meer dan twee ton.

Met de Vlaamse overheid konden bedrijven een akkoord bereiken over strafverlaging, omdat de vervoerders konden aantonen dat ze niet bewust probeerden de tol te ontduiken. De Waalse Belastingdienst is minder coulant. Daardoor blijven de boetes overeind.

Voortbestaan

Voor sommige bedrijven liepen de straffen op tot meer dan twee ton. Volgens transportorganisatie TLN zouden enkele vervoerders zelfs vrezen voor hun voortbestaan. Zij zouden graag zien dat minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) met de Waalse overheid in contact treedt om tot een werkbare oplossing te komen.

De bewindsvrouw heeft inmiddels aangegeven dat ook te gaan doen. In het FD noemt ze de situatie zorgwekkend. Mocht dat overleg niets opleveren, rest vervoerders alleen nog een gang naar de rechter. Diverse transporteurs hebben de afgelopen tijd al een juridische procedure opgestart.

Een van de gedupeerde bedrijven is de Limburgse vervoerder Monro. ‘We waren zeer verbaasd toen we hoorden van de boetes’, legt directeur Jan Mommers uit. ‘We hadden geen idee dat we iets verkeerd hadden gedaan.’ Een chauffeur van Monro werd in Wallonië staande gehouden en toen werd verteld dat er boetes openstonden voor het niet betalen van tol.

On board unit

Mommers baalt er goed van. Hij had namelijk bij de leverancier van de on board unit duidelijk gemaakt dat hij een kastje wilde dat ook in België en Frankrijk was geregistreerd. ‘En volgens de leverancier is die registratie ook gedaan. Dus we zijn gaan rijden en hebben niets gemerkt. Maar toch was er iets niet in orde.’

Het probleem deed zich overigens niet alleen in Wallonië voor, maar ook in Vlaanderen. ‘Daar werden we op een gegeven moment ook staande gehouden. Alleen, de Vlaamse overheid had wel begrip voor onze situatie, vooral ook omdat we konden aantonen dat we te goeder trouw waren. We hebben immers altijd en overal de tol betaald. Daardoor zijn we er uiteindelijk met een veel lager bedrag van af gekomen.’

‘Maar in Wallonië gaat dat niet. Daar zeggen ze dat we maar naar de rechter moeten stappen. Dat hebben we inmiddels ook gedaan. We moeten echter tot mei 2021 wachten voordat de zaak dient. Ook is het niet toegestaan dat wij als gedupeerde transporteurs ons verenigen, om gezamenlijk een rechtszaak te voeren. Elk bedrijf moet dit individueel doen.’

Actie

Mommers verbaast zich ook over het feit dat de Waalse overheid hier zo laat heeft ingegrepen. ‘Als ze ons na een maand al hadden laten weten dat er iets mis was, hadden we meteen actie kunnen ondernemen. Nu hebben we zeven of acht maanden lang de tol niet betaald, waardoor de boetes ver zijn opgelopen. Dat was niet nodig geweest.’

Inmiddels hebben veel bedrijven het betreffende OBU-type niet meer aan boord. De vervoerders die hem nog wel hebben, zijn op de hoogte van het probleem. Ook bedrijven uit andere landen hebben soortgelijke ervaringen. Belgische vervoerders echter niet, omdat ze gebruikmaakten van een ander type.