Daarmee neemt de minister een voorschot op de invoering van een nieuw tariefstelsel volgend jaar. Ze kondigde dit aan bij de publicatie van de resultaten van
het eerder aangekondigde benchmarkonderzoek. Dat bevestigt wat de organisaties al jarenlang roepen: de Nederlandse tarieven zijn (fors) hoger dan in andere Europese landen en liggen ook boven de kostprijs.

Het gezamenlijke persbericht van de vijf organisaties, TLN, Evofenedex, KNV, Bovag en RAI Vereniging, weerspiegelt hun irritatie over de gang van zaken. Om te beginnen wijzen ze erop dat het benchmarkonderzoek maanden vertraging heeft opgelopen. Vervolgens stellen ze vast dat de openbare consultatie voor een nieuw tariefstelsel nog dit jaar moet plaatsvinden, terwijl die drie jaar geleden al is is aangekondigd.

Doodleuk

Voorts constateren ze dat Kiwa, dat het alleenrecht heeft op de productie en de uitgifte van de kaarten, de minister ‘doodleuk’ heeft geadviseerd om het tarief volgend jaar met 1 euro te verhogen tot 101 euro. Het vijftal betwijfelt overigens of de kostprijs die Kiwa hanteert wel klopt, omdat die veel hoger is dan de prijs van bestuurderskaarten in andere landen en van vergelijkbare producten, zoals het rijbewijs.

De tachograafkaart is in Nederland twee tot drie keer zo duur als in België, Spanje, Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Daar betaalden vervoerders in 2017 tussen de 32 en 50 euro, tegen 95 euro in Nederland. De sector vraagt de minister en het parlement al bijna tien jaar lang vergeefs om in te grijpen.

Evofenedex, TLN en KNV rekenden enkele maanden geleden al voor dat de Nederlandse vervoerders jaarlijks miljoenen meer kwijt zijn aan de dure tachograafkaarten dan hun buitenlandse collega’s. Alleen in Finland en Griekenland zijn de kaarten, die in elk land identiek zijn, nog duurder. In de overige 24 onderzochte landen zijn de kaarten allemaal goedkoper. De Zweden betalen het minst: tien euro.

Begin 2020

De minister heeft eerder dit jaar in de Tweede Kamer gezegd dat ze het eens zijn over de noodzaak de tarieven te verlagen. Ze kondigde toen ook aan een besluit over het percentage te zullen nemen wanneer de resultaten van het benchmarkonderzoek bekend zijn. Maar in antwoord op schriftelijke vragen van Kamerleden leek ze weer gas terug te nemen. ‘Mijn doel is om bij de stelselherziening te bekijken of een verlaging van de tarieven mogelijk is’, liet ze eind juli weten.

Het is nog onduidelijk wanneer het nieuwe tarievenstelsel precies wordt ingevoerd. In de begeleidingsbrief waarmee ze het benchmarkonderzoek naar het Parlement stuurde, zegt ze te verwachten ‘dat deze omvangrijke operatie begin 2020 is afgerond’ en dat de Kamer gelijktijdig met de start van de (internet)consultatie nader wordt geïnformeerd. Daarbij gaat het overigens om het totale tarievenstelsel van het departement van Infrastructuur en Waterstaat voor de sectoren binnenvaart, bus, wegvervoer, luchtvaart, spoor, taxi, visserij en koopvaardij. In totaal zijn dat zo’n 600 tarieven.

Uitbesteed

In het onderzoek, dat is uitgevoerd door Sira Consulting uit Bilthoven, zijn de kosten van zeventien verschillende vergunningen in Nederland, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Polen en Spanje op een rijtje gezet. Een deel daarvan wordt afgegeven voor Kiwa en een deel door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), onderdeel van IenW.

De onderzoekers hebben de tarieven per land gecorrigeerd naar het lokale prijsniveau. Zo komt de 32,53 euro voor een Poolse tachograafkaart overeen met  61,57 euro in Nederland, omdat het Poolse prijsniveau ongeveer de helft van het Nederlandse is. IenW heeft de uitgifte van tachograafkaarten sinds 2010 aan Kiwa uitbesteed.

Toen zijn ook de tarieven vastgesteld. De onderzoekers constateren dat de tarieven die Kiwa hanteert voor het goederenvervoer over de weg samen 111% van de kosten dekken. Ze zeggen verder dat de tarieven de eerste drie jaar na 2010 ‘beperkt zijn verhoogd en daarna weer gedaald’.

Prikkie

Het beeld dat de Nederlandse tarieven (fors) boven die in omliggende landen liggen, geldt ook voor andere sectoren, zo blijkt uit het onderzoek. Een goed voorbeeld daarvan is het vaarbevoegdheidsbewijs voor scheepsofficieren. Die is met 112 euro in Nederland het duurst, gevolgd door het VK (89 euro) en Spanje (56 euro). Maar een Belgische zeevarende is pas echt voor een prikkie klaar: twee euro. Voor het gewone vaarbevoegdheidsbewijs en het verplichte monsterboekje gelden vergelijkbare tarieven. In Nederland worden deze documenten door Kiwa afgegeven. In de meeste andere landen is het een overheidstaak.

Het omgekeerde komt overigens ook voor. Zo is een prijs van 111 euro voor een spoormachinistvergunning in Nederland aan de lage kant. In Denemarken moet 157 euro worden afgerekend en in Spanje 144. Daar staat tegenover dat een Pool z’n papiertje voor 44 euro kan ophalen en een Brit die zelf gratis krijgt.

Opmerkelijk genoeg is dat alleen in het laatste land de uitgifte van vergunningsbewijzen in de spoorsector zijn geprivatiseerd. Spoorwegondernemingen betalen jaarlijks ongeveer 0,1% van de omzet aan het Office of Rail and Road ter dekking van die kosten en hoeven niet meer voor losse documenten te betalen. In de andere landen is de uitgifte van spoordocumenten een overheidstaak.