Zo claimt vakbond FNV, die de chauffeurs bijstaat, het advies als een overwinning. Maar Van den Bosch meent dat het alleen iets zegt over het wegvervoer in zijn algemeenheid, maar niets over de specifieke situatie bij de vervoerder zelf.

Voorgeschiedenis

De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Van den Bosch heeft in Duitsland en Hongarije twee ondernemingen, respectievelijk Van den Bosch Transporte GmbH en Silo-Tank Kft. Een aantal vrachtwagenchauffeurs dat destijds ritten uitvoerde voor de transporteur uit het Brabantse Erp was in dienst bij deze Hongaarse en Duitse zusterbedrijven. Bij veel van deze ritten lag de start- en/of de eindplaats op het terrein van Van den Bosch in Erp.

FNV vindt dat deze chauffeurs daarom onder de Nederlandse cao hadden moeten vallen en dus ook volgens die loonschalen moesten worden betaald. De vervoerder vindt echter van niet. De betreffende chauffeurs ontvingen Duits of Hongaars loon, wat lager is dan in Nederland. De bond besloot in 2013 om naar de rechter te stappen om betaling van Nederlands loon af te dwingen.

Een eerste zitting vond plaats bij de rechtbank. Die gaf de vakbond en de chauffeurs gelijk. Tegen die uitspraak ging Van den Bosch in hoger beroep bij het Gerechtshof. Die verwees de uitspraak van de rechtbank naar de prullenbak en gaf de vervoerder gelijk. Tegen die uitspraak kwam de vakbond in het verweer bij de Hoge Raad.

Doorverwijzing

Die besloot eind 2018 om voorlopig geen uitspraak te doen, maar de casus voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie. Die moet nog uitspraak doen in deze zaak. Een van de advocaten-generaal, onafhankelijke adviseurs die zijn verbonden aan het EU-hof, gaf donderdag al een advies. Hoewel het dus slechts gaat om een advies, is het wel degelijk van belang. Dergelijke adviezen worden namelijk vaak overgenomen door het hof.

Belangrijk punt van het advies is dat de Detacheringsrichtlijn ook van toepassing zou moeten zijn in het wegvervoer. In zijn algemeenheid betekent dit dat de Nederlandse Cao Beroepsgoederenvervoer van toepassing kán zijn op buitenlandse chauffeurs, als zij werkzaamheden in Nederland verrichten.

‘En in de cao staat dat een Nederlandse vervoerder met een buitenlandse charter moet afspreken dat de buitenlandse chauffeurs Nederlandse cao-basisvoorwaarden moeten krijgen, wanneer dit voortvloeit uit de Detacheringsrichtlijn’, schrijft advocatenkantoor Vallenduuk in een blog. Daarmee is volgens het kantoor echter niet gezegd dat deze Detacheringsrichtlijn ook van toepassing is in de zaak-Van den Bosch.

Zaak gaat nog jaren duren

Hoewel FNV de visie van de advocaat-generaal als een overwinning beschouwt, is de strijd nog lang niet gestreden. Over de situatie bij de Brabantse vervoerder is immers weinig gezegd. Bovendien is het nog niet zeker of het Europese Hof meegaat in het advies. Het hof doet naar verwachting deze zomer uitspraak.

Die uitspraak betekent echter allerminst het einde van deze zaak. Het hof zal namelijk niet zeggen of Van den Bosch daadwerkelijk Nederlands loon moet betalen of niet. Het is aan de nationale juridische instanties om daar een oordeel over te geven. Daarom gaat deze zaak vermoedelijk nog jaren duren.

Kort na het bekend worden van het advies kwam Van den Bosch met een reactie. Topman Rico Daandels benadrukt dat de advocaat-generaal niets zegt over welk loon de betreffende chauffeurs zouden moeten krijgen. Hij voegde daaraan toe dat hij positief gestemd blijft en de uitspraak van het Europese Hof met vertrouwen afwacht.