Dat blijkt uit de maandag gepubliceerde uitspraak van de Amsterdamse rechter. De eisers in de zaak stellen dat ze door de verboden afspraken 15% tot 35% te veel hebben betaald. In totaal zou het gaan om meer dan 200.000 verkochte trucks.

Alle grote Europese vrachtwagenbouwers deden mee aan het truckkartel, dat van 1997 tot en met 2011 actief was. Door de illegale prijsafspraken betaalden vervoerders, expediteurs, staatsbedrijven en overheden in Europa jarenlang te veel voor nieuwe vrachtwagens. Ook hun verzekeringen, die veelal gebaseerd zijn op de aanschafprijs, vielen door kartelafspraken te hoog uit.

Onschuldige informatie

Voor de Amsterdamse rechtbank verweerden de fabrikanten zich door te stellen dat er helemaal geen sprake was van prijsafspraken. Het slechts gaan om het ‘delen van onschuldige informatie over bruto lijstprijzen’. Die informatie uitwisseling zou volgens de truckbouwers niet hebben geleid tot een verhoging van de prijzen. De brutoprijzen hebben ook niet altijd een direct verband met de uiteindelijke transactieprijzen, verklaarde een van de fabrikanten. De lijsten spelen vooral een rol bij interne vaststelling van verkooptargets en budgetten, stelde een andere fabrikant. Vrachtwagenkopers hebben daardoor geen schade geleden en hun vorderingen moeten worden afgewezen, menen de fabrikanten.

De rechtbank neemt echter geen genoegen met die verklaringen. ‘Er was sprake van periodiek overleg, verschillende keren per jaar, zowel in bijeenkomsten als via de telefoon en er werd informatie via e-mail gewisseld’, zo schrijft zij in de uitspraak.

In 2016 legde de Europese Commissie al kartelboetes op van in totaal bijna drie miljard euro aan Daimler , Iveco, DAF en Volvo/Renault. Scania ontkende aanvankelijk betrokkenheid maar kreeg later toch een boete van bijna 900 miljoen euro.

Collusion

De Amsterdamse rechter volgt de Europese Commissie op een aantal belangrijke punten. Die stelde eerder vast dat de truckfabrikanten zich schuldig hebben gemaakt aan ‘collusion’, het voeren van een heimelijke verstandhouding, samenzwering of complot. Volgens de Commissie is er wel degelijk sprake van gerichte afspraken tussen de fabrikanten. De rechtbank volgt die redenering, en wijst er in het vonnis op dat de truckfabrikanten, met uitzondering van Scania, zich hierbij al hebben neergelegd. De Europese Commissie stelde eerder bovendien vast dat ook plaatsvond over de introductie van nieuwe technologieën. Dit werd onderling afgestemd.

De uitspraak is een nieuwe stap in een juridisch proces dat mogelijk nog jarenlang gaat duren. Want Christian Hofman van advocatenbureau Vallenduuk wijst erop dat nu eerst per eiser zal moeten worden beoordeeld of de drempel voor verwijzing naar de schadestaatprocedure, waarin het schadebedrag moet worden vastgesteld, wordt gehaald. ‘Dat er aansprakelijkheid is, staat nu vast. De claimanten, of althans de achterliggende partijen, moeten nu aannemelijk maken dat ze schade hebben geleden. De bewijslast daarvoor ligt bij hen.’

Verjaring

In Nederland hebben TLN en verzekeraar TVM zich verenigd voor een gezamenlijke claim. Zij schatten dat het in Nederland gaat om 240.000 trucks. TLN en TVM worden vertegenwoordigd door advocatenkantoor Hausfeld. Claimstichting Unilegion wijst er op dat bedrijven die nog vorderingen willen doen haast moeten maken. In veel EU-lidstaten geldt dat vijf jaar na het opleggen van de kartelboete door de Europese Commissie, de claims verjaren. Transportbedrijven hebben daardoor nog tot juni. Omdat fabrikant Scania pas later een boete kreeg opgelegd, verjaren die claims nog niet.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding