De Hongaren, die in 2014 werden ontslagen door Van den Bosch, hadden het cao-loon opgeëist. Het Gerechtshof in Leeuwarden bekrachtigde vorige week een vonnis daarover uit 2015 van de kantonrechter.

De rechtszaak tussen transportbedrijf Van den Bosch en de buitenlandse chauffeurs duurt al jaren. Het conflict gaat over chauffeurs die in dienst waren van een Hongaars zusterbedrijf van Van den Bosch, het in Hongarije gevestigde Silo Tank. Zij voerden ritten uit voor Van den Bosch in Erp waarbij de start- en eindplaats van de ritten veelal op het terrein van Van den Bosch lag. Ook de planning en opdrachten kwamen vanuit Erp en de chauffeurs moesten bij Van den Bosch hun verlof aanvragen. Bovendien stonden de banklicentie en de gebruikte tankpassen op naam van Van den Bosch. Volgens het gerechtshof was Nederland door dat alles het ‘gewone werkland’ van de Hongaren, en zijn dus de Nederlandse regels van toepassing.

Regiefunctie

Dat het hier gaat om in Hongarije woonachtige Hongaarse chauffeurs doet daar volgens de rechter niets aan af. Dat zij belasting en premies betaalden in Hongarije was volgens het gerechtshof niet het gevolg van een keuze voor dat land als werkland, ‘maar enkel en alleen het gevolg van het feit dat zij daar woonden. De werkzaamheden waren immers, om de daarnet genoemde redenen, het meest verbonden met Nederland. Dat Silo Tank in Hongarije gevestigd was, vond zijn grondslag evenmin in de verbondenheid van de werkzaamheden met Hongarije. ‘De regiefunctie in de supply chain is gecentraliseerd in Erp’, zei Silo Tank ook zelf. Al met al zag de rechter dus onvoldoende grond om de arbeidsovereenkomsten te laten beheersen door het Hongaarse recht in plaats van het Nederlandse als het geldende recht van het gewone werkland.

Met een eerste uitspraak in 2015 oordeelde de rechter al dat de Hongaarse chauffeurs recht hadden op Nederlands loon. Van den Bosch was het daar niet mee eens en ging in hoger beroep, waarop het gerechtshof in mei 2017 de uitspraak van de rechter vernietigde. De chauffeurs stapten daarop naar de Hoge Raad, die het arrest van het gerechtshof in november 2018 vernietigde en de zaak terugverwees naar het gerechtshof.

Hoogte bedrag

Dat hof heeft de Hongaren nu in het gelijk gesteld, waarmee vaststaat dat de cao beroepsgoederenvervoer van toepassing was op de lonen van de Hongaarse chauffeurs. De zaak is nu terugverwezen naar de rechter in eerste aanleg, om de hoogte van het uit te betalen bedrag vast te stellen. Volgens vakbond FNV kan dat voor het transportbedrijf uit Erp neerkomen op honderdduizenden euro’s aan nabetaling.

Volgens Edwin Atema van vakbond FNV is de uitspraak niet alleen goed voor de betreffende tien Hongaarse chauffeurs. ‘Ook vele duizenden andere chauffeurs worden, net als de Hongaren bij Van den Bosch, structureel onderbetaald en uitgebuit’, zegt hij. ‘Met deze uitspraak in de hand kunnen veel meer chauffeurs het loon opeisen waar ze recht op hebben.’

FNV deed al in 2011 onderzoek naar de betaling van buitenlandse chauffeurs door Van den Bosch. Daaruit bleek volgens de vakbond dat buitenlandse chauffeurs zwaar onderbetaald werden en maar ongeveer een derde ontvingen van waar ze recht op hadden.

In een reactie laat Van den Bosch weten kennis te hebben genomen van het arrest en het nog nader te bestuderen. Ceo Rico Daandels zegt zich alvast niet volledig te herkennen in de motivering van het hof. Daandels betwijfelt of deze zich verhoudt met de eerdere uitspraak van het Europese Hof van 1 december 2020 in de zaak die vakbond FNV heeft aangespannen tegen Van den Bosch Transporten BV. ‘Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hecht in het arrest veel waarde aan de concernrelatie, terwijl dit in de eerdere uitspraak van het Europese Hof niet relevant is gebleken.’

Detacheringsrichtlijn

Naast de zaak van de Hongaarse chauffeurs loopt er een parallelle procedure van FNV over de toepassing van de Europese detacheringsrichtlijn bij chauffeurs die tijdelijk voor Van den Bosch werken. Die zaak is in 2018 door de Hoge Raad doorverwezen naar het Europese Hof van Justitie, die in 2020 oordeelde dat de detacheringsregels gewoon van toepassing zijn op vrachtwagenchauffeurs. Daandels noemde die uitspraak destijds ‘een nieuwe stap naar meer duidelijkheid’.

Familiebedrijf Van den Bosch heeft een jaaromzet van 190 miljoen euro en is gespecialiseerd in het transport van vloeibare en droge bulkgoederen voor de levensmiddelen- en chemische industrie. Het concern biedt zowel wegvervoer als intermodaal transport aan. Het bedrijf is actief vanuit tien vestigingen in Europa, Afrika en het Midden-Oosten.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding