De coronacrisis is in meerdere opzichten illustratief voor het grote belang van logistiek voor onze moderne samenleving. Dankzij de tomeloze inzet van honderdduizenden medewerkers in onze logistieke sector kon tijdens de lockdowns de bevoorrading van supermarkten en zorginstellingen gewoon doorgaan. Ook voor vrijwel alle andere aankopen werd de consument online op zijn wenken bediend. Deze goederen komen letterlijk overal vandaan. Zo zijn voor de productie van een van de coronavaccins  naar verluidt zo’n 200 componenten nodig die in 86 fabrieken in 19 verschillende landen worden geproduceerd.

Om deze en talloze andere goederen keurig op tijd bij elke priklocatie, woning of winkel te krijgen is transport nodig, evenals, opslag- en distributiefaciliteiten. En daar richt zich in toenemende mate kritiek op. Zo ook in het recente opiniestuk in het Financieele Dagblad van enkele wetenschappers. Die noemden het concept ‘Nederland Distributieland’ achterhaald en aan een grondige revisie toe. ‘De toegevoegde waarde van de onstuimig gegroeide logistiek in Nederland vaak beperkt, terwijl de negatieve omgevingseffecten groot zijn’, stellen zij. Daarbij gaat het dan onder meer over de ‘verdozing van Nederland’, congestie op de weg en emissies van schadelijke stoffen.

Dat er kritiek is op deze aspecten van ons logistieke systeem is niet nieuw en ook wel enigszins begrijpelijk. Vrachtwagens zijn alleen al om hun omvang duidelijk zichtbaar in het verkeer, ook al maken ze maar 5% van alle voertuigkilometers in ons land uit. Het logistieke vastgoed is veelal ook nadrukkelijk zichtbaar, al beslaat dat met een totale oppervlakte van 40 miljoen vierkante meter ongeveer 1 promille van de totale oppervlakte van Nederland.

Karikaturaal beeld

De analyse van de wetenschappers in het FD is echter nogal beperkt. Ze schetsen een haast karikaturaal beeld van een sector die vooral dozen schuift die elders zijn geproduceerd en worden geconsumeerd. Onderzoeksbureaus TNO, BCI en Stec hebben berekend dat er in 2020 ongeveer 875.000 mensen werkzaam zijn in logistieke functies. Dit komt neer op circa 10% van het totaal aantal banen en dat aandeel is beduidend hoger dan wanneer enkel naar de officiële statistieken bij bedrijven in ‘vervoer en opslag’ wordt gekeken (4 tot 5%). Naast transportbedrijven en logistieke dienstverleners vinden namelijk veel logistieke activiteiten plaats bij productiebedrijven, handelsbedrijven, bouwbedrijven en bij bedrijven in andere sectoren. De toegevoegde waarde van de logistieke sector in Nederland wordt door BCI in 2020 geschat op 31 miljard euro.

Het is vooral de sterke groei van de e-commerce die voor de grote vraag naar logistiek vastgoed zorgt, niet de groei van Europese dc’s, zoals de wetenschappers suggereren. Zij lijken ook niet te beseffen dat de circulaire economie – die zij zelf als noodzakelijke ontwikkeling noemen – in hoge mate een logistieke economie zal zijn. Afgedankte goederen moeten immers worden verzameld, ontmanteld, tot nieuwe producten worden verwerkt en opnieuw worden gedistribueerd. En ook daar zijn terreinen, hallen en distributiecentra voor nodig.

Banen

Kortom, de logistieke sector en het ‘logistieke systeem’ zijn essentieel voor onze banen, ons inkomen en onze ambities voor een duurzame samenleving. Of we het willen of niet. Uiteraard zullen we de negatieve effecten zoveel mogelijk moeten beperken. De sector realiseert zich terdege dat de emissies van CO2 en stikstof drastisch omlaag moeten. Dankzij grootschalige investeringen van de sector in steeds schonere vrachtauto’s is de uitstoot van stikstof en fijnstof in het wegvervoer in Nederland de laatste twee decennia met respectievelijk 55 en 75% afgenomen. Wat de uitstoot van CO2 betreft heeft de sector zich aan de grote ambities uit het Klimaatakkoord gecommitteerd.

En ja, de ruimte in ons land wordt schaarser, niet alleen vanwege de groei van distributiecentra, maar ook vanwege de grote woningbouwambities, de ontwikkeling van datacenters en wind- en zonneparken. Dat gaat betekenen dat nieuwe logistieke ontwikkelingen niet overal meer mogelijk zijn. We zullen moeten kijken naar clustering, slim en meervoudig ruimtegebruik, herontwikkeling van bestaande terreinen, inpassingsmaatregelen en duurzaamheidseisen aan de gebouwen. De uitdagingen zijn groot en de sector gaat ze graag aan. Maar laten we niet het kind met het badwater weggooien!

Elisabeth Post is voorzitter TLN.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding