De voorbereidingen voor de Scheldetunnel gingen in 2021 van start, met het uitgraven van een bouwdok in Zeebrugge. Die locatie werd niet toevallig gekozen. De Vlaamse regering wilde gelijktijdig met het bouwdok werk maken van andere investeringsnoden in de haven. Op die manier kon werk met werk gecombineerd worden. In Zeebrugge was voorzien in de verbreding en verdieping van een eerste deel van het Boudewijnkanaal, om de haven commercieel verder te ontwikkelen.

Na aankomst in Antwerpen worden de tunnelelementen afgezonken op de bodem van de Schelde. Een dergelijke afzinktunnel is niet nieuw voor Antwerpen. De Kennedytunnel werd in de jaren zestig van de vorige eeuw op dezelfde manier gebouwd. Die tunnel aan de zuidkant van Antwerpen, in gebruik genomen in 1969, heeft intussen al lang haar limieten bereikt. De nieuwe tunnel zal dan ook geen dag te vroeg in gebruik worden genomen. Bouwheer Lantis hoopt dat dit voor 2030 zal kunnen gebeuren. Naast automobilisten zullen ook fietsers ervan gebruik kunnen maken. Met een breedte van 6 meter zal hij de grootste fietstunnel van Europa zijn, bruikbaar zonder liften of trappen.

De totale kostprijs van de Scheldetunnel bedraagt 670 miljoen euro, waarvan 150 miljoen voor de investering in het bouwdok. Elk tunnelelement krijgt ene lengte van 1.160 meter, een breedte van 42 meter, een hoogte van 10 meter en een gewicht van 60.000 ton. Samen zijn ze goed voor 24.300m³ beton. Cotu, de Tijdelijke Maatschap Combinatie Oosterweeltunnel, is een consortium van de Belgische bouwgroepen Besix, Deme, Stadsbader Contractors en Jan De Nul.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement