De tien miljoen moet worden ingezet om de toenemende overlast door trillingen en geluid, die naar verwachting zal ontstaan tijdens de omleidingen door intensieve werkzaamheden aan het derde spoor in Duitsland, gedeeltelijk te beperken.

Tussen 2024 en 2026 zal daar een lange buitendienststelling plaatsvinden, waardoor treinen die normaal over de Betuweroute zouden rijden worden omgeleid via de Brabantroute.

ProRail presenteerde eerder al een ‘Minder Hinder-pakket’, een set maatregelen waarmee de overlast die omwonenden van de Brabantroute van goederentreinen ervaren een stuk meer kan worden beperkt. Dit pakket bestaat onder andere uit het plaatsen van ‘sleeper pads’, rubberen matjes onder het spoor, en een alternatief type overwegen.

In december liet staatssecretaris Vivianne Heijnen echter nog weten ‘momenteel geen financiële ruimte te hebben om ProRail dit pakket aan maatregelen te laten uitvoeren’. Meerdere partijen in de Tweede Kamer riepen de staatssecretaris echter op om toch op zoek te gaan naar budget.

Dat blijkt nu te zijn gelukt. Volgens het ministerie moet de tien miljoen voldoende zijn om ‘het overgrote deel’ van het maatregelenpakket te realiseren en is aan spoorbeheerder ProRail gevraagd om met deze financiering de maatregelen te gaan uitwerken.

Een jaar eerder

Daarnaast gaat er twee miljoen euro naar het verder compenseren van de spoorgoederensector voor de hogere tarieven die zij moeten betalen voor het gebruik van het spoor voor het opstellen en rangeren van treinen.

In 2023 zijn die tarieven hoger dan vorig jaar. Vorige maand werd al een subsidie goedgekeurd waarmee de sector 25% van de kosten voor het parkeren en rangeren van treinen vergoed kon krijgen.Volgens belangenorganisatie RailGood gaat het echter nog steeds om een tariefverhoging van zeker 70% ten opzichte van vorig jaar.

De staatssecretaris laat nu weten nog 2 miljoen extra te willen gebruiken om de bedrijven binnen de sector die te maken krijgen met de grootste kostenstijging verder tegemoet te komen. Hoe dit precies moet worden ingevuld is nog onduidelijk.

De in totaal 12 miljoen komt uit het budget voor de tijdelijke subsidieregeling ‘stimulering goederenvervoer per spoor’. Deze subsidieregeling wordt nu begin 2023 stopgezet, een jaar eerder dan oorspronkelijk gepland.

Uitermate zuur

De subsidie moest er volgens het ministerie van IenW voor zorgen dat het tarief voor het rijden van treinen vergelijkbaar zou zijn met dat van Duitsland zodat de concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer zou worden versterkt. Het ministerie beargumenteert dat dit doel nu bereikt is.

‘Onze tarieven voor het rijden van treinen zijn nagenoeg gelijk met die van Duitsland omdat onze tarieven lager zijn geworden. Voor de subsidieregeling hebben we geld gereserveerd in onze boekhouding. Maar als de tarieven al bijna gelijk zijn, is dat eigenlijk geld dat je niet gaat inzetten. Dat kun je dan beter voor andere zaken gebruiken’, zo legt een woordvoerder van het ministerie uit.

De kosten voor het opstellen en rangeren van treinen zijn op dit moment veel meer een probleem, zo stelt zij. Ook benoemt het ministerie dat het uitvoeren van de maatregelen van het Minder Hinder-pakket naast het beperken van de overlast voor omwonenden ook goed is voor het versterken van het draagvlak van de spoorgoederensector.

Belangenvereniging RailGood stelt echter dat het volledige budget van 12 miljoen hard nodig is om de sector te compenseren voor ‘de excessieve stijgingen’ van de kosten voor het gebruik van het spoor voor opstellen en rangeren.

Hoewel de organisatie aangeeft zich hard te hebben gemaakt voor het Minder Hinder-pakket en ‘het  fijn vindt’ dat hier meer geld voor beschikbaar is gekomen, stellen zij ook dat dit ‘uitermate zuur’ is voor de sector.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement