Journalisten van over de hele wereld zijn ingevlogen voor de mediapresentatie die Stellantis georganiseerd heeft. In een lege fabriekshal onder de rook van Frankfurt Airport doen vertegenwoordigers van de vier merken hun promotiepraatjes bij de uitgestalde voertuigen.

Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen de van origine Franse, Duitse en Italiaanse auto’s. Sinds Stellantis in 2021 ontstond uit de fusie tussen PSA, fabrikant van Opel, Peugeot en Citroën, en FCA, de fabrikant van Fiat, zijn de bedrijfswagens steeds meer op elkaar gaan lijken. Op het logo na zijn de voertuigen vrijwel identiek.

Dierbaar bezit

Het enige onderscheid zit hem in de extraatjes als betere koplampen of een comfortabele stoel. ‘De Citroën-rijders zijn gewend aan comfort, kopers van Peugeots zijn gewend aan technische snufjes’, legt Luca Marengo, Head of Product LCV bij Stellantis uit. ‘We willen hen een auto bieden waarin zij zich goed voelen.’

Maar de merkplaatjes hebben meer waarde voor Stellantis. ‘Vervoerders zijn loyaal aan hun dealer. Als je een probleem hebt met je bus, heb je een snelle oplossing nodig. Dan ga je naar iemand die je vertrouwt, naar de dealer van het merk waar je altijd naartoe gaat.’

De grootste elektrische bestelbus van Stellantis maakte ook de grootste verandering door. Foto: Stellantis

Het marktaandeel per merk verschilt bovendien per land, te meer reden om aan de verschillende merken vast te houden. ‘Fiat is bijvoorbeeld groot in Brazilië, Algerije en Turkije. Het merk blijft daar in trek. We zijn zowel globaal als lokaal, dat is een dierbaar bezit voor ons’, zegt Marengo.

Uit de nieuwe range voertuigen springt de grootste elektrische bestelbus het meest in het oog. De e-Ducato, die ook bekendstaat als Movano, e-Boxer en e-Jumper, heeft dankzij een batterijpakket van 110 kWh een actieradius van 420 kilometer. Dat is 30% meer dan zijn voorganger. Met een snellader van 150 kW kan de batterij in een uur worden opgeladen tot 80%.

In de bus is zelfs plek voor de elektrische Opel Rocks. Foto: RvdM / NT

Door de batterij levert de elektrische variant wel in op laadvermogen. Waar de grootste dieselbus van Stellantis twee ton aan lading mee kan nemen, is dat voor de e-bus 1,5 ton. Dit zodat hij net onder de grens van 4,2 ton blijft, als het aan de EU ligt het nieuwe maximaal toelaatbare gewicht voor elektrische bussen die met een B-rijbewijs bestuurd mogen worden. De elektrische bestelbus is zo’n 20.000 euro duurder met een vanafprijs van 54.500 euro.

Waterstof

Naast elektrische commerciële voertuigen, brengt Stellantis dit jaar ook een zware bestelbus op waterstof op de markt. Nog een stuk duurder dan de elektrische bestelbussen, maar voor een aantal vervoerders een uitkomst. ‘Tijd is geld’, vertelt Lars Peter Thiesen, verantwoordelijk voor waterstof bij Stellantis. ‘Sommige klanten hebben geen tijd om hun bestelwagen een uur te laden. Een waterstofbus tank je in vijf minuten vol.’

‘Klanten benaderen ons en wijzen ons op de beperkingen van de batterij-elektrische voertuigen. Degenen met een grote vloot kunnen niet alle voertuigen tegelijk laden omdat ze daar de netcapaciteit niet voor hebben. Waterstof is dan een uitkomst. De andere groep klanten zijn mensen die hun voertuig mee naar huis nemen en daar geen laadinfrastructuur hebben. We merken dat alleen elektriciteit niet voldoende is als je al je klanten wilt bereiken.’

BPM

Wie dit jaar nog een dieselbus wil aanschaffen, kan beter haast maken. Op 1 januari 2025 wordt namelijk de vrijstelling voor bestelauto’s voor de bpm, Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen, afgeschaft. Wie volgend jaar een bestelwagen registreert, betaalt dan net als voor een personenauto eenmalig belasting, gebaseerd op de CO2-uitstoot. Bestelbussen op diesel kunnen daarmee duizenden euro’s duurder worden.

Een ritje in de Fiat e-Ducato door de omgeving Rüsselsheim leert dat de elektrische bestelbus anders een prima optie is, tenminste wat betreft het rijcomfort.