In de tankvaart zijn de vrachtprijzen de afgelopen twee weken opnieuw 20 procent gedaald. De belangrijkste oorzaak is dat in de markt van de minerale producten het aanbod te laag is om enige druk op de vrachtprijzen uit te oefenen. Ging twee weken geleden de planning van de tankers al lijden onder het geringe ladingaanbod, nu is er sprake van wachttijden voor de schepen alvorens ze worden ingedeeld om te gaan laden. Wachttijden die kunnen oplopen tot een dag of drie. Dat is een bijzonder ongewone situatie voor de tankvaart.
De vrachtprijzen op zich zijn niet eens zo beroerd. De vrije val is inmiddels gestopt en varende ondernemers kunnen rekenen op een vergoeding van 2,30 euro per ton tussen Rotterdam en Duisburg. Naar Karlsruhe wordt 5,85 euro per ton betaald. De combinatie van wachtdagen met een relatief lage vrachtprijs maakt de maandelijkse besomming voor met name de nieuwe, dure tankers niet bijster gunstig.
Er is een theorie over de schijnbare stabiliteit in de huidige markt. Vergeleken met de situatie van tien, twaalf jaar geleden blijft de vrachtprijs immers op een redelijk niveau ‘hangen’. Met de meer dan tachtig bevrachters in Noordwest-Europa van beginjaren negentig zou de vrachtprijs door de extreme onderlinge concurrentie veel verder onderuit zijn gegaan en zou moeten worden gevaren voor één euro per ton naar Duisburg. De meeste mensen herinneren zich nog wel dat er (lange) periodes zijn geweest dat er voor zeven of acht mark per ton lading naar Karlsruhe moest worden gebracht. Als de theorie klopt, is die stabiliteit te danken aan de clustering van de bevrachters van de laatste jaren. Er zijn nu nog ‘slechts’ enkele tientallen bevrachtingkantoren.
De tamme ladingmarkt zou de stilte voor de storm kunnen zijn in verband met de op handen zijnde oorlog in Irak. De mogelijk als gevolg van de oorlog stijgende olieprijs zou de markt geweldig kunnen beïnvloeden. Toch verwacht niemand in de markt dergelijke sterke effecten. Daarvoor is het conflict in het Midden-Oosten te duidelijk en te lang van tevoren aangekondigd.
Ook in de droge lading is momenteel het ladingaanbod enigszins schaars. De invloed van het aanbod van retourlading wordt daarmee navenant groter. Zo is naar de Noord-Duitse kanalen momenteel de vrachtprijs voor retourlading hoger dan voor lading voor plaatsen aan de kanalen. Naar plaatsen in de regio westelijk van Magdeburg wordt voor de veevoeders 5,50 euro betaald; de granen terug naar Nederlandse bestemmingen levert zeker zes euro per ton op.
Op de Boven-Rijn liggen schepen leeg te wachten op lading. Met name in de zand- en grindsector is het momenteel zeer schraal. Vanaf de Main, de Neckar en de Donau is veel retourlading beschikbaar. Naar de Donau gaat vrijwel geen enkel schip zonder al verzekerd te zijn van lading voor de terugreis, daar wordt namelijk het geld aan verdiend. Naar de Moezel worden vrij veel kolen aangeboden; de prijzen zijn acceptabel. Vanaf Terneuzen naar Andernach wordt voor zout ruim vier euro per ton betaald. Stoepranden naar Stuttgart brachten eind vorige week 7,90 euro per ton op, chroomerts (onder de luiken te laden) naar Duisburg 2,60 euro.