Biobrandstofbranche roept kritische schippers op tot ‘samenwerking’

FAME

Beroemd kun je FAME, de biobrandstof waarin frituurvetten worden opverteerd, nog niet echt noemen, maar berucht is het goedje in het Nederlandse binnenvaartwereldje inmiddels wel. Biobrandstoforganisaties vinden de kwalijke reputatie die FAME vooruit is gesneld niet terecht, en proberen de binnenvaartsector voor zich te winnen.

De biobrandstoffenbranche roept in een e-mail aan deze krant de binnenvaartsector op om samen te werken om biobrandstoffen als FAME en HVO toe te passen in binnenvaartschepen. De brancheorganisaties MVO (ketenorganisatie voor oliën en vetten) en NVDB (Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen) reageren daarmee op twee recente artikelen in NT waarin aandacht werd besteed aan kritiek van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) op de bijmengverplichting van biobrandstof die de Nederlandse overheid in 2022 wil invoeren.

Frank Bergmans (MVO) en Jan Verschoor (NVDB) schrijven dat ‘biobrandstoffen zoals FAME en HVO momenteel de enige direct beschikbare hernieuwbare optie zijn om de binnenvaart koolstofarm te maken’ en dat ‘samenwerking tussen onze sectoren een belangrijke stap vooruit lijkt in het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering’.

Brandbrief

De ASV stuurde onlangs een brandbrief aan staatssecretaris demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) waarin de schippersvereniging waarschuwde dat binnenvaartschepen die op een frituuroliebrandstof als FAME (Fatty Acid Methyl Esters) varen, motorproblemen kunnen krijgen en in theorie rampen zouden kunnen veroorzaken als ze door zulke haperingen een speelbal van wind en waterstroming worden en ‘op drift’ raken. Levensgevaarlijk, motorverwoestend, fraudegevoelig: de kritiek die ASV leverde op FAME was dermate ongezouten, dat er een wonder lijkt te moeten gebeuren om de belangenvereniging de biobrandstof alsnog te laten omarmen (de optie HVO is voorlopig evenmin populair onder schippers door de hogere kosten ervan).

De andere grote binnenvaartbrancheverenigingen, CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer, hebben minder grote barricaden opgeworpen, maar ook zij hebben de overheid opgeroepen om de plannen voor de verplichte bijmenging nog eens goed tegen het licht te houden. ‘Wij kunnen alleen instemmen met een bijmengverplichting als gegarandeerd is dat de bijgemengde biobrandstof van een zodanige kwaliteit is dat hierdoor de veiligheid in de binnenvaart niet in het geding komt’, schreven zij. De twee grote brancheorganisaties hielden daarbij bovendien een pleidooi voor aanvullend onderzoek van TNO, dat eerder geen bezwaar zag tegen de biobrandstoffen. Dat nieuwe onderzoek zou volgens de binnenvaartverenigingen ‘de aard van de storingen in relatie met de kwaliteit en samenstelling van de brandstof’ onder de loep moeten nemen.

Meldpunt

CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer stonden afgelopen december tevens aan de wieg van een meldpunt waarop schippers hun klachten over biobrandstoffen konden indienen. Op dat meldpunt liep het niet onmiddellijk storm. In hun schrijven aan NT stellen Bergmans en Verschoor dat er in de binnenvaart ‘misvattingen’ leven over de risico’s van biobrandstoffen. Zo heeft het genoemde meldpunt volgens hen tot nu toe geen alarmerende berichten opgeleverd. ‘Tot op heden hebben we niet vernomen dat FAME aantoonbaar een probleem veroorzaakte.’

Buiten het meldpunt om hebben verschillende partijen wel degelijk problemen gemeld. Motorfabrikanten hebben geklaagd over stilvallende motoren, de bunkerbrancheorganisatie NOVE stelde in een uitzending van onze collega’s van Studio Schuttevaer dat het bijmengen van FAME ‘meer nadelen dan voordelen’ heeft.

Als er ‘toch wetenschappelijk bewijs’ zou opduiken dat ‘FAME de oorzaak is van een specifiek probleem’, dan wil de biobrandstoffenbranche dat echter graag samen met de binnenvaartsector oplossen, aldus Bergmans en Verschoor. Het transportbedrijf Danser Group, dat eerder pionierswerk met lng een ‘vergissing’ heeft genoemd en overstapte op het gebruik van biobrandstof in enkele binnenvaartschepen, meldde in het verenigingsblad van Koninklijke BLN-Schuttevaer overigens ‘uitstekende ervaringen’ te hebben met biobrandstof.

Filterproblemen

Het gevaar dat FAME een binnenvaartschip op drift doet raken en een ramp veroorzaakt, zoals de ASV waarschuwde, bestaat volgens de MVO en NVDB niet. ‘Als zich onverhoopt brandstoffilterproblemen voordoen, leidt dit niet automatisch tot motorstoring, en de problemen zijn in zo’n geval snel op te lossen. Filtersystemen zijn uitgerust met sensoren die filterproblemen signaleren waardoor de bemanning ruim de tijd heeft om de juiste maatregelen te nemen.’ Bacteriegroei kan in álle brandstoffen gebeuren, ook de fossiele, en kan worden tegengegaan door de ‘good house keeping’-instructies van de leverancier te volgen, aldus de twee biobrandstof-belangenorganisaties.

De mengsels van partijen minerale diesel, biodiesel en additieven zoals die nu op de markt zijn, voldoen aan de Europese normen, stellen ze, en ‘zowel personenauto’s als vrachtwagens rijden al decennialang probleemloos op dit type brandstof’. Dat zijn dan wel mengsels waarin veiligheidshalve maar maximaal 7% FAME zit. In de huidige regeringsplannen wordt in 2022 echter meteen gestart met een bijmengverplichting van 16,4%. De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben opgeroepen om in de binnenvaart voorzichtig te beginnen met een vergelijkbaar laag percentage als in het wegvervoer. ‘Dit om de sector geleidelijk te laten wennen aan een bijmengpercentage.’ De twee grote binnenvaartorganisaties zouden het percentage dan jaarlijks willen laten verhogen tot circa 40% in 2030.

De kritiek van ASV, dat biobrandstof zijn ‘doel voorbijschiet’ omdat de grondstoffen ervan vaak uit het buitenland worden aangevoerd en zo voor extra CO2-uitstoot zorgt, wordt door Bergmans en Verschoor ‘een verrassende opmerking’ genoemd. ‘De broeikasgasemissies van al het transport van grondstoffen worden meegenomen in alle broeikasgasberekeningen en gerapporteerd op duurzaamheidsdocumenten voor biobrandstoffen.’

Onvoldoende afstemming

De MVO en NVDB stellen wel begrip te hebben voor de zorgen van de ASV, dat onvoldoende afstemming van klimaatmaatregelen tussen verschillende Europese lidstaten ‘kan leiden tot een tijdelijk ongelijk speelveld’. ‘Daarom benaderen we Duitse en Belgische brancheorganisaties op het gebied van biobrandstoffen om hun regeringen te herinneren aan de verklaring van Mannheim en te verzoeken dienovereenkomstig te handelen.’ Volgens de twee belangenorganisaties kan de binnenvaart juist ‘de kans grijpen om verduurzaming en een gelijk speelveld hand in hand te laten gaan’. Dat de schippersvereniging in brieven aan de staatssecretaris bezwaar heeft geuit tegen het verplichten van hernieuwbare transportbrandstoffen in de binnenvaartsector, is volgens Bergmans en Verschoor daarom zonde. De verplichting is juist nodig en voor alle partijen gunstig, vinden ze. ‘Het niet beteugelen van klimaatverandering kan op termijn hogere kosten met zich meebrengen die ook direct zullen neerslaan in de binnenvaartsector’.

De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben tegenover de overheid juist de zorg geuit dat de verplichte bijmenging op korte termijn een prijsverhogend effect gaat hebben. De organisaties hebben ervoor gepleit dat het ‘creëren van een gunstig groen toekomstperspectief’ op ‘een haalbare én betaalbare manier’ moet gebeuren.

Voorop staat, zeggen de binnenvaartverenigingen, dat de binnenvaartschippers zekerheid krijgen over wat er precies in hun brandstoftanks terecht komt. De ASV gebruikte in een eigen nieuwsbrief nog hardere woorden dan in de brief aan de staatssecretaris en sprak van ‘malafide figuren die vrijwel ongestoord kunnen handelen in het product FAME’. De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben geëist dat de overheid de veiligheid van de brandstoffen kan garanderen en dat binnenvaartondernemers ‘bij het kopen van brandstof inzicht krijgen in de kwaliteit en herkomst van de biobrandstof en het bijgemengde percentage’. Geen onbillijke eis, vinden de binnenvaartorganisaties, want een duidelijk overzicht van gebruikte ingrediënten vind je immers ook ‘op een potje pindakaas’.

Biobrandstofbranche roept kritische schippers op tot ‘samenwerking’ | NT

Biobrandstofbranche roept kritische schippers op tot ‘samenwerking’

FAME

Beroemd kun je FAME, de biobrandstof waarin frituurvetten worden opverteerd, nog niet echt noemen, maar berucht is het goedje in het Nederlandse binnenvaartwereldje inmiddels wel. Biobrandstoforganisaties vinden de kwalijke reputatie die FAME vooruit is gesneld niet terecht, en proberen de binnenvaartsector voor zich te winnen.

De biobrandstoffenbranche roept in een e-mail aan deze krant de binnenvaartsector op om samen te werken om biobrandstoffen als FAME en HVO toe te passen in binnenvaartschepen. De brancheorganisaties MVO (ketenorganisatie voor oliën en vetten) en NVDB (Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen) reageren daarmee op twee recente artikelen in NT waarin aandacht werd besteed aan kritiek van de Algemeene Schippers Vereeniging (ASV) op de bijmengverplichting van biobrandstof die de Nederlandse overheid in 2022 wil invoeren.

Frank Bergmans (MVO) en Jan Verschoor (NVDB) schrijven dat ‘biobrandstoffen zoals FAME en HVO momenteel de enige direct beschikbare hernieuwbare optie zijn om de binnenvaart koolstofarm te maken’ en dat ‘samenwerking tussen onze sectoren een belangrijke stap vooruit lijkt in het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering’.

Brandbrief

De ASV stuurde onlangs een brandbrief aan staatssecretaris demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) waarin de schippersvereniging waarschuwde dat binnenvaartschepen die op een frituuroliebrandstof als FAME (Fatty Acid Methyl Esters) varen, motorproblemen kunnen krijgen en in theorie rampen zouden kunnen veroorzaken als ze door zulke haperingen een speelbal van wind en waterstroming worden en ‘op drift’ raken. Levensgevaarlijk, motorverwoestend, fraudegevoelig: de kritiek die ASV leverde op FAME was dermate ongezouten, dat er een wonder lijkt te moeten gebeuren om de belangenvereniging de biobrandstof alsnog te laten omarmen (de optie HVO is voorlopig evenmin populair onder schippers door de hogere kosten ervan).

De andere grote binnenvaartbrancheverenigingen, CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer, hebben minder grote barricaden opgeworpen, maar ook zij hebben de overheid opgeroepen om de plannen voor de verplichte bijmenging nog eens goed tegen het licht te houden. ‘Wij kunnen alleen instemmen met een bijmengverplichting als gegarandeerd is dat de bijgemengde biobrandstof van een zodanige kwaliteit is dat hierdoor de veiligheid in de binnenvaart niet in het geding komt’, schreven zij. De twee grote brancheorganisaties hielden daarbij bovendien een pleidooi voor aanvullend onderzoek van TNO, dat eerder geen bezwaar zag tegen de biobrandstoffen. Dat nieuwe onderzoek zou volgens de binnenvaartverenigingen ‘de aard van de storingen in relatie met de kwaliteit en samenstelling van de brandstof’ onder de loep moeten nemen.

Meldpunt

CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer stonden afgelopen december tevens aan de wieg van een meldpunt waarop schippers hun klachten over biobrandstoffen konden indienen. Op dat meldpunt liep het niet onmiddellijk storm. In hun schrijven aan NT stellen Bergmans en Verschoor dat er in de binnenvaart ‘misvattingen’ leven over de risico’s van biobrandstoffen. Zo heeft het genoemde meldpunt volgens hen tot nu toe geen alarmerende berichten opgeleverd. ‘Tot op heden hebben we niet vernomen dat FAME aantoonbaar een probleem veroorzaakte.’

Buiten het meldpunt om hebben verschillende partijen wel degelijk problemen gemeld. Motorfabrikanten hebben geklaagd over stilvallende motoren, de bunkerbrancheorganisatie NOVE stelde in een uitzending van onze collega’s van Studio Schuttevaer dat het bijmengen van FAME ‘meer nadelen dan voordelen’ heeft.

Als er ‘toch wetenschappelijk bewijs’ zou opduiken dat ‘FAME de oorzaak is van een specifiek probleem’, dan wil de biobrandstoffenbranche dat echter graag samen met de binnenvaartsector oplossen, aldus Bergmans en Verschoor. Het transportbedrijf Danser Group, dat eerder pionierswerk met lng een ‘vergissing’ heeft genoemd en overstapte op het gebruik van biobrandstof in enkele binnenvaartschepen, meldde in het verenigingsblad van Koninklijke BLN-Schuttevaer overigens ‘uitstekende ervaringen’ te hebben met biobrandstof.

Filterproblemen

Het gevaar dat FAME een binnenvaartschip op drift doet raken en een ramp veroorzaakt, zoals de ASV waarschuwde, bestaat volgens de MVO en NVDB niet. ‘Als zich onverhoopt brandstoffilterproblemen voordoen, leidt dit niet automatisch tot motorstoring, en de problemen zijn in zo’n geval snel op te lossen. Filtersystemen zijn uitgerust met sensoren die filterproblemen signaleren waardoor de bemanning ruim de tijd heeft om de juiste maatregelen te nemen.’ Bacteriegroei kan in álle brandstoffen gebeuren, ook de fossiele, en kan worden tegengegaan door de ‘good house keeping’-instructies van de leverancier te volgen, aldus de twee biobrandstof-belangenorganisaties.

De mengsels van partijen minerale diesel, biodiesel en additieven zoals die nu op de markt zijn, voldoen aan de Europese normen, stellen ze, en ‘zowel personenauto’s als vrachtwagens rijden al decennialang probleemloos op dit type brandstof’. Dat zijn dan wel mengsels waarin veiligheidshalve maar maximaal 7% FAME zit. In de huidige regeringsplannen wordt in 2022 echter meteen gestart met een bijmengverplichting van 16,4%. De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben opgeroepen om in de binnenvaart voorzichtig te beginnen met een vergelijkbaar laag percentage als in het wegvervoer. ‘Dit om de sector geleidelijk te laten wennen aan een bijmengpercentage.’ De twee grote binnenvaartorganisaties zouden het percentage dan jaarlijks willen laten verhogen tot circa 40% in 2030.

De kritiek van ASV, dat biobrandstof zijn ‘doel voorbijschiet’ omdat de grondstoffen ervan vaak uit het buitenland worden aangevoerd en zo voor extra CO2-uitstoot zorgt, wordt door Bergmans en Verschoor ‘een verrassende opmerking’ genoemd. ‘De broeikasgasemissies van al het transport van grondstoffen worden meegenomen in alle broeikasgasberekeningen en gerapporteerd op duurzaamheidsdocumenten voor biobrandstoffen.’

Onvoldoende afstemming

De MVO en NVDB stellen wel begrip te hebben voor de zorgen van de ASV, dat onvoldoende afstemming van klimaatmaatregelen tussen verschillende Europese lidstaten ‘kan leiden tot een tijdelijk ongelijk speelveld’. ‘Daarom benaderen we Duitse en Belgische brancheorganisaties op het gebied van biobrandstoffen om hun regeringen te herinneren aan de verklaring van Mannheim en te verzoeken dienovereenkomstig te handelen.’ Volgens de twee belangenorganisaties kan de binnenvaart juist ‘de kans grijpen om verduurzaming en een gelijk speelveld hand in hand te laten gaan’. Dat de schippersvereniging in brieven aan de staatssecretaris bezwaar heeft geuit tegen het verplichten van hernieuwbare transportbrandstoffen in de binnenvaartsector, is volgens Bergmans en Verschoor daarom zonde. De verplichting is juist nodig en voor alle partijen gunstig, vinden ze. ‘Het niet beteugelen van klimaatverandering kan op termijn hogere kosten met zich meebrengen die ook direct zullen neerslaan in de binnenvaartsector’.

De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben tegenover de overheid juist de zorg geuit dat de verplichte bijmenging op korte termijn een prijsverhogend effect gaat hebben. De organisaties hebben ervoor gepleit dat het ‘creëren van een gunstig groen toekomstperspectief’ op ‘een haalbare én betaalbare manier’ moet gebeuren.

Voorop staat, zeggen de binnenvaartverenigingen, dat de binnenvaartschippers zekerheid krijgen over wat er precies in hun brandstoftanks terecht komt. De ASV gebruikte in een eigen nieuwsbrief nog hardere woorden dan in de brief aan de staatssecretaris en sprak van ‘malafide figuren die vrijwel ongestoord kunnen handelen in het product FAME’. De CBRB en Koninklijke BLN-Schuttevaer hebben geëist dat de overheid de veiligheid van de brandstoffen kan garanderen en dat binnenvaartondernemers ‘bij het kopen van brandstof inzicht krijgen in de kwaliteit en herkomst van de biobrandstof en het bijgemengde percentage’. Geen onbillijke eis, vinden de binnenvaartorganisaties, want een duidelijk overzicht van gebruikte ingrediënten vind je immers ook ‘op een potje pindakaas’.