Degene van wie iets gestolen wordt looft soms een beloning uit aan een tipgever, door wie het gestolene geheel of gedeeltelijk wordt teruggevonden. Ook een verzekeraar doet dat soms wel in de hoop minder of niets te hoeven vergoeden, namelijk als de gestolen goederen door een tip weer boven water komen. Indien een derde, bijvoorbeeld een vervoerder, in eerste instantie (meestal beperkt) aansprakelijk is voor de schade, kan het terugvinden van de goederen dankzij een tip ook hem voordelig uitkomen. Wellicht verlaagt dat het bedrag dat hij moet vergoeden. Daarbij rijst dan wel de vraag of het tipgeld verhaald kan worden op die vervoerder. Dat hangt ervan af, zoals het volgende duidelijk maakt.

Herenkledingbedrijf COWA had voor ruim vier ton kleding laten vervoeren door Modexpress International B.V. over de weg onder CMR voorwaarden vanuit Zuidoost-Europa naar Waalwijk. De kleding was daar echter helaas niet aangekomen, want de lading werd onderweg gestolen, zelfs vanaf het bedrijfsterrein van ondervervoerder Verhaegh. Modexpress en zijn ondervervoerder verklaren zich volgens de CMR aansprakelijk, maar natuurlijk wel met inachtneming van de maximering van hun aansprakelijkheid, eveneens volgens CMR.
Hannover International Insurance (Nederland) N.V. stelt COWA geheel schadeloos en spreekt als gesubrogeerde (in de plaats van COWA) de beide vervoerders aan tot betaling van wat zij volgens het CMR verschuldigd zijn.
En Hannover doet nog iets. De verzekeraar schakelt een expert in om een beloning uit te loven voor een tip, die leidt tot het terugvinden van de goederen. De expert doet dat door middel van een advertentie, waarin tien procent als tipgeld beloofd wordt van de waarde van de teruggevonden goederen. Dat heeft succes, althans voor het belangrijkste deel van de lading. Het kost Hannover veertig mille aan tipgeld plus nog eens ruim tien mille aan kosten en honorarium van de expert, deels ook voor het vaststellen van de waardedaling door beschadiging van het teruggevonden deel en nog wat handling- en reconditioneringskosten.
Modexpress betaalt Hannover bijna negen mille, zijnde haar maximum aansprakelijkheidsbedrag volgens CMR voor het niet teruggevonden deel van de lading. Maar Modexpress weigert betaling van de suppletie van ruim vijftig mille (veertig mille tipgeld en ruim tien mille kosten van de expert). Dit brengt Modexpress voor de rechter met zowel Hannover als Cowa als eisers, de laatste voor het geval de rechter de subrogatie van Hannover ten aanzien van het tipgeld en de expertisekosten niet zou erkennen. Die vrees bleek terecht te zijn.
De rechter oordeelt dat art.23.4 CMR de ladingbelanghebbende het recht geeft op vergoeding van de kosten, die hij in redelijkheid heeft moeten maken om het gestolene te verkrijgen, zoals de kosten van een daartoe ingeschakelde expert en tipgeld’. Bovendien is de rechter niet gebleken dat deze kosten en tipgeld ten belope van ruim 50 mille onredelijk waren. De vervoerders hadden dat ook niet beweerd.
Maar de rechter stelt vast dat niet de ladingbelanghebbende (COWA) deze kosten gemaakt heeft, en daartoe ook niet verplicht was op grond van de wet, en waarschijnlijk ook niet op grond van de polis (die de rechter niet heeft gezien). Bovendien is de rechter niet gebleken dat Hannover jegens COWA verplicht was deze kosten te maken, of deze aan COWA zou moeten vergoeden als de laatste zelf de expert had ingeschakeld. COWA kan deze kosten dus ook niet van de vervoerders eisen en dus treedt Hannover in haar eis niet in de plaats van COWA, terwijl Hannover geen eigen vorderingsrecht tegenover de vervoerders heeft.
Daarentegen constateert de rechter dat Hannover een duidelijk en aanzienlijk eigen belang heeft bij het terugvinden van (een deel van) de goederen. Zonder dat zou Hannover een schade van ruim vier ton hebben geleden, terwijl het regres op de vervoerders zeer beduidend minder was door de beperking van hun aansprakelijkheid.
Weliswaar blijven er nog een paar onduidelijkheden over, zoals de vraag welk deel van de expertisekosten betrekking hebben op het vaststellen van het waardeverlies, reconditionering, e.d zoals boven. Partijen zullen de rechter daarover nog nader moeten informeren op een volgende zitting, maar het leerstukje ’vergoeding tipgeld’ is intussen geleverd.

Zie voor alle bijzonderheden S&S 1998, nr 103, het arrest van de Rechtbank te Rotterdam van 12 juni 1997.