ZOETERMEER (NT) – De EVO staat positief tegenover het initiatief van het Logistiek Centrum Scheepvaart (LCS) om een nieuwe continentale container voor vervoer binnen Europa te ontwikkelen, maar verwacht daar geen wonderen van. ,,Daar wordt al twintig jaar aan gewerkt, maar het wachten is op een paar grote verladers, die met een concreet project willen beginnen’’, aldus een woordvoerder van de EVO.
Het LCS wil een container ontwikkelen die geschikt is voor spoor, weg en binnenvaart en die zich kan meten met de wegvervoertrailer. Zo’n eenheid zou een inhoud moeten hebben van minimaal honderd kubieke meter, moet van opzij te beladen zijn en moet gestapeld kunnen worden, zodat het ook voor de binnenvaart geschikt is. De bestaande eenheden, de ISO-container uit de zeevaart en de wissellaadbak uit het wegvervoer, voldoen niet aan één of meer van die eisen. Zo heeft een veertigvoets high cube container een inhoud van ongeveer tachtig kuub en is de wissellaadbak niet stapelbaar.
De EVO vindt dat zo’n onderzoek een internationaal karakter moet hebben. ,,Het heeft geen zin om alleen naar Nederland te kijken. Je moet een paar verladers in Nederland en Duitsland hebben die hun spullen in zo’n nieuwe eenheid over een een bepaald traject willen gaan vervoeren’’, aldus J. Tjalma van de EVO. Volgens hem hebben zich tot dusverre geen gegadigden gemeld.

Eenheid
H. van Baarn van het Centrum Transport Technologie (CTT) stelt dat zo’n nieuwe eenheid moet aansluiten op de bestaande systemen. ,,De Europallet is een gegeven en de zeecontainer is dat ook. Je zult dus iets moeten ontwikkelen dat daar rekening mee houdt.’’ Ook hij kent geen voorbeelden van verladers die zo’n nieuwe container in zouden willen zetten. Morgen wordt op het CTT-Jaarcongres in Delft overigens uitgebreid aandacht aan de continentale container besteed.
Volgens LCS-directeur W. Savelkouls kijken verladers anders tegen het multimodale vervoer aan dan enkele jaren geleden. ,,Toen werd wegvervoer gezien als enige optie. Nu, met de extra heffingen voor het wegverkeer die Zwitserland en Duitsland hebben aangekondigd, verandert dat ten gunste van spoorvervoer en binnenscheepvaart.’’
Het LCS treedt op als projectcoördinator voor het onderzoek naar de wenselijkheid van de nieuwe container, en de eisen waaraan deze moet voldoen. In eerste instantie wordt een klein aantal verladers en vervoerders informeel ondervraagd. Volgende maand spreekt het LCS met de EVO, KNV en TLN. ,,Mocht blijken dat de markt zegt ’waar zijn jullie mee bezig?’ dan stoppen we’’, aldus Savelkouls.
In het andere geval kan het project vervolgens naar de tekentafel. In het najaar worden de modellen op papier via simulaties getest. Uiteindelijk zouden de eerste testmodellen volgend jaar zomer beschikbaar moeten zijn. De projectkosten zijn – tot het stadium van bouwen – begroot op 150.000 gulden. Bijna de helft komt van de provincie Gelderland uit het Actieplan Goederenvervoer. De rest wordt bijeengebracht door de vervoerdersvereniging 5MDN en de deelnemers in het project.

Pag. 5: Onderzoek naar nieuwe continentale container