Belgische en Nederlandse schepen worden op de beurzen in Frankrijk vanaf volgende week op tweede appèl gezet. Dat houdt in dat Franse schepen voorrang krijgen, ongeacht hoe lang de buitenlandse schepen al staan ingeschreven. Een maatregel waar de Franse schippersbonden, verenigd in de koepelorganisatie CNBA, al een half jaar mee hadden gedreigd.
De Franse schippers accepteren niet dat hun Belgische en Nederlandse collega’s in het grensoverschrijdende vervoer naar Frankrijk voor vrachtprijzen varen die tot 35 procent liggen onder de (bodem)prijzen van vóór 1 december 1998. De Franse schippers vinden dat het zelfs in een vrije markt niet nodig is om zulke lage vrachten te aanvaarden.
In Frankrijk is het beurssysteem met bodemtarieven zowel binnenlands als voor exportladingen naar België en Nederland gehandhaafd tot 1 juli dit jaar. Franse schippers echter geloven eenvoudig niet dat de liberalisering daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Dat wordt weerspiegeld in bovengenoemde maatregel op de beurzen, die uiteraard in strijd is met de Europese wetgeving omdat de buitenlandse schippers worden gediscrimineerd.
Des te opvallend is het dat de CNBA gedeeltelijk een overheidsinstelling is. De stencils die begin deze week op de Franse beurzen werden verspreid, waren afkomstig van zowel de CNBA als de CATF. De CATF is wel een particuliere organisatie, een commercieel samenwerkingsverband dat werkt volgens het oude beursprincipe. Er zijn ook zo’n kleine dertig Nederlandse schippers lid van de CATF, maar nog niet bekend is of ook zij worden achtergesteld op de beurzen.
Rondom Parijs en in het noorden van Frankrijk – met uitzondering van de omgeving Reims/Lille – zullen de komende weken grote problemen ontstaan voor buitenlandse schippers. Er is daar weinig ladingaanbod en dan is het maar de vraag of het de moeite loont wekenlang op lading te wachten, omdat de Fransen toch voorrang krijgen.
In Lille op de beurs loopt het al geruime tijd storm met lading. De overvloedige oogst van het afgelopen jaar en de Europese landbouwpolitiek (bevoordeling van veevoeders uit de EU) hebben het ladingaanbod in Lille uit de hand doen lopen. Er zijn dagen dat er over de zeventig reizen worden aangeboden, waarvan er dan 55 blijven staan. Er zijn niet genoeg schepen beschikbaar om alles te vervoeren, en het wegvervoer en spoor worden volop benut om de overgebleven lading af te voeren.
Er is een hemelsbreed verschil in cultuur tussen de situatie in de Franse binnenvaart en elders. Zo bieden daar weliswaar bevrachters werk aan op de beurs, maar werken zij vrijblijvend en zonder verplichting jegens hun opdrachtgevers. Ze zullen dus geen moeite doen schepen te vinden als lading blijft staan, en er wordt niet of nauwelijks meer vracht geboden indien schepen van elders leeg naar Lille moeten komen. Niet overal zijn de vrachtprijzen sinds de markt vrij is gekomen, met evenveel procenten gedaald. In Limburg bijvoorbeeld is sprake van een structureel tekort aan schepen voor het werk naar Frankrijk. De vrachtprijsdaling is daar dan ook niet meer dan twaalf procent.