Het is niet zo verwonderlijk, dat Amerikaanse meer dan Europese, laat staan Nederlandse, logistieke dienstverleners er in slagen alles, wat een opdrachtgever in een keten kan verlangen gebundeld aan te bieden. Die Amerikaanse organisaties wortelen immers in veel grotere markten, die ook vaak grote homogene stukken in zich bergen. Daardoor ook zijn de investeringen, die een Amerikaanse logistieke dienstverlener heeft kunnen doen in geïntegreerde diensten, automatisering en marktleiderschap in bepaalde gebieden groter dan in onze lappendeken van markten mogelijk zijn geweest.

Wat Nijenrode in samenwerking met KPMG boven water haalt, mag een waarschuwing zijn. In Europa groeit de homogeniteit in de markt snel. De onderlinge concurrentie tussen de grote producenten en verkopers/distributeurs van goederen zal nog harder en scherper zijn. Dus zal er tussen de logistieke dienstverleners meer dynamische samenwerking moeten komen, zowel in organisatorische zin als in goed gepland investeren. Niet allemaal te weinig in hetzelfde, maar ieder genoeg in kansrijke gebieden en in informatiesystemen die alle mogelijke verbindingen aankunnen. En in samenwerkingsverbanden op zich.

Dat velen in een sector als de logistiek, die onderling sterk concurreert, nog op hun eieren zitten, is in een kleinere markt normaal. Maar naarmate de opdrachtgevende spelers in een integrerende markt sterker worden (zie alle fusies) zullen ze meer eisen kunnen stellen en de druk op de dienstverleners hoog opvoeren of een grote jongen uit Amerika verkiezen. Als je te lang op je eieren blijft zitten, gaat het mis.