“Ondanks alle gevolgen van de energiecrisis en hoge inflatie hebben handelaren de krimp bescheiden weten te houden afgelopen jaar”, zegt VGB-directeur Matthijs Mesken. “Tevreden zijn we natuurlijk niet, maar ik denk dat we er niet al te moeilijk over hoeven te doen.”

De grootste krimp, van 5 procent, trad op bij de planten. De exportwaarde daarvan kwam vorig jaar uit op 2,7 miljard euro, tegenover het totaal van 7,1 miljard euro. Snijbloemen zorgden voor de overige omzet en kenden een daling van 2 procent. “Het belooft opnieuw een spannend jaar te worden”, zegt Mesken met het oog op de aanhoudende kostenstijgingen.

Duitsland is ondanks een kleine krimp nog altijd de belangrijkste afnemer van Nederlandse bloemen en planten. Frankrijk en België kregen veel minder belangstelling voor de producten, maar staan nog wel in de top 6. Rusland verdween vanwege de oorlog in Oekraïne uit de top 10, die de Verenigde Staten juist binnenkwamen. Er ging in 2022 voor ruim een vijfde meer aan bloemen en planten de Atlantische Oceaan over dan een jaar eerder.