Porthos is het eerste grootschalige Nederlandse project voor het afvangen en opslaan van CO2. Het broeikasgas moet worden afgevangen bij industriële bedrijven in het havengebied van Rotterdam. Shell, ExxonMobil, Air Products en Air Liquide nemen eraan deel. De CO2 wordt opgeslagen in een gasveld dat een heel eind leeg is.

De Rekenkamer is op zich wel positief over de bijdrage die het project naar verwachting zal leveren aan het behalen van het Nederlandse klimaatdoel voor 2030. Die bijdrage is “significant” en de investeringen die de overheid erin doet zijn “doelmatig”.

Het miljardenproject pakt waarschijnlijk goedkoper uit dan in eerste instantie was voorzien. Dat komt doordat de CO2-handel de afgelopen jaren is opgeveerd. Grote bedrijven moeten voor hun uitstoot in toenemende mate gaan betalen via het Europese emissiehandelsysteem. Die emissierechten zijn verhandelbaar. Naarmate de CO2-prijs stijgt, is minder subsidie nodig voor het project.

Anders dan de Tweede Kamer tot nog toe veronderstelt, bevat dat veld nog een restant aardgas waar een compensatie van tientallen miljoenen euro’s voor moet worden betaald aan eigenaar TAQA. Die kosten worden verdeeld, de klanten van Porthos betalen mee. Minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) heeft de extra kostenpost niet aan de Tweede Kamer gemeld, merken de onderzoekers op.

Jetten vindt dat het rapport “belangrijke lessen bevat” om het beleid over het afvangen en opslaan van CO2 te verbeteren. Hij laat onderzoeken of het mogelijk is om de overheid meer te laten profiteren van dit soort projecten. Jetten voegt eraan toe dat het “niet mogelijk is om alle risico’s, zoals een explosieve stijging van CO2- en gasprijzen te voorzien”.