De investeringen in infrastructuur zijn voor 1996 fors verhoogd tot een totaal van 9,685 miljard gulden. Daarvan komt 7,014 miljard gulden uit het Infrastructuurfonds. Vorig jaar had minister A. Jorritsma f 7,487 miljard te besteden aan infrastructuur.

Voor 1997 tot en met het jaar 2000 staan nog hogere uitgaven genoteerd, te weten 9,764 miljard in 1997, 10,111 miljard in 1998, 9,863 miljard in 1999 en 9,988 miljard in 2000.

Dat er iets gebeuren moet, staat vast. Het goederenvervoer alleen al zal de komende jaren tot 2010 groeien met 30 tot 60 procent.

Op korte termijn wordt de kwaliteit van de weginfrastructuur en daarmee de bereikbaarheid van de mainports en andere economische centra ernstig bedreigd, concludeert het ministerie in haar begroting en in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) 1996-2000. Vooral de situatie rond de grote stadsgewesten in de Randstad blijkt zorgelijk.

Tijdens een toelichting op de begroting liet minister Jorritsma er geen twijfel over bestaan: de investeringen moeten omhoog, zowel wat betreft de weg- als de railinfrastructuur.

De minister onderstreept dat een tijdig ingrijpen van groot belang is. Niet alleen neemt de congestie op de Nederlandse wegen sneller toe dan gedacht, ook vereist de uitbouw van weginfrastructuur, met name in de dicht bebouwde gebieden in de Randstad waar de nood het hoogst is, veelal lange procedures.

Daarom heeft Jorritsma de koers enigszins gewijzigd en moet een aantal projecten versneld worden uitgevoerd. Voorbeelden daarvan zijn de A 2, de brug bij Vianen, de brug bij Zaltbommel, de Calandtunnel en een aantal filebestrijdingsprojecten. ,,We hebben uitdrukkelijk gekozen voor de projecten die een oplossing aandragen voor de problemen”, aldus de minister. Tevens wordt onderzocht hoe bij de uitvoering van de werkzaamheden nieuwe files zoveel mogelijk kunnen worden ontweken.

Jorritsma moet de regelmatige gebruikers van de Coentunnel teleurstellen. De uitbreiding van die verbinding zal nog even op zich laten wachten. ,,Er zijn nog enige procedurele hobbels te nemen.” Vandaar dat er nog geen gelden zijn gereserveerd voor dat project. Voor de Wijkertunnel is voor 1996 96 miljoen gulden gereserveerd. Jorritsma gelooft niet meer, zals haar voorganger H. May, in particuliere financiering van dat project.

Rijstroken

Om het verkeer op de wegen terug te dringen, zijn daarnaast zogenaamde verkeersbeheersingsmaatregelen nodig. Daarbij wordt gedacht aan incident-management en toeritdosering. Ook nieuwe vrachtauto-rijstroken staan op het programma de komende jaren, in het Knooppunt Arnhem-Nijmegen en in Rotterdam.

Ook zal op termijn rekening-rijden tussen 06.00 uur en 10.00 uur worden ingevoerd op congestiegevoelige wegvlakken. Ook wordt verbetering van het openbaar vervoer gezien als middel om de drukte op de wegen te verminderen. Het kabinet trekt een miljard gulden extra uit in de komende vijf jaar voor een beter stads- en streekvervoer.

Het Nederlands wegvervoer heeft, ondanks de nodige tegenslagen, in de afgelopen vier jaar weer een forse groei doorgemaakt. Per jaar steeg het volume gemiddeld met 2,5 procent. Ook de komende jaren zal de wegvervoersector zich van alle modaliteiten het sterkst ontwikkelen. Vooral omdat het goederenpakket in Nederland steeds meer uit hoogwaardige produkten bestaat. Het spoorvervoer kent al jaren een daling. Vorig jaar was er voor het eerst sprake van een licht herstel. In tonnen uitgedrukt, blijft het aandeel van het spoor minimaal.

De verwachting is dat in 1999 in het binnenlands vervoer de vrachtauto een aandeel heeft van 84,7 procent, de trein een aandeel van 1,1 procent en het binnenschip een aandeel van 14,2 procent. In het internationaal vervoer gaat in 1999 20,2 procent per vrachtauto, 2,3 procent per trein, 21 procent per binnenschip, 7 procent per pijpleiding en 49,3 procent met de zeescheepvaart.

De toenemende rol van het wegverkeer, ondanks de bevordering van het intermodaal vervoer, heeft tot gevolg dat de CO-uitstoot ernstig dreigt toe te nemen. In de periode 1986-1993 steeg de uitstoot van deze schadelijke stof in het vrachtverkeer met 39 procent.

Aangezien het kabinet de CO-doelstelling niet haalt, zinnen verschillende departementen op maatregelen om ook de uitstoot door het wegvervoer te verminderen.

Compensatie

Het ministerie is voorts van mening dat kostenvariabilisatie een bijdrage kan leveren aan de vermindering van het aantal voertuigkilometers. Dat zou een verhoging van de dieselaccijns en een daarmee samenhangende verlaging van de motorrijtuigenbelasting inhouden. De mogelijkheden van dat laatste zijn vooralsnog echter beperkt vanwege het Europese minimumniveau van de motorrijtuigenbelasting. Het ministerie zoekt nu naar andere middelen voor compensatie van lastenverzwaringen voor het wegvervoer.

Verder is, in Europees verband, ook rekening rijden voor het vrachtverkeer in onderzoek. Nederland wil een Europees systeem voor elektronisch tolheffing. Daarbij moeten ook de Midden- en Oosteuropese landen worden betrokken, is de bedoeling. Invoering zal nog tenminste tot het jaar 2000 duren.

Minister Jorritsma beklemtoont tevens het belang van handhaving van de maximumsnelheid als het om schadelijke uitstoot van voertuigen gaat. Mede daarom, zei ze, is recent de proef met het inhaalverbod opgezet.

Ook het komende jaar wil het ministerie, in overleg met de sector, proberen overtreding van de maximumsnelheden, verder te bestrijden. ,,We willen onder meer de mentaliteit van chauffeurs beinvloeden’, maakte Jorritsma duidelijk. ,,Dat ze zich aan die 80 kilometer per uur gaan houden.” Bovendien zal er strenger en intensiever worden gecontroleerd.

Verkeer en Waterstaat meent dat het vervoersbeleid, mede vanwege de CO-problematiek, gericht moet zijn op een verschuiving van het aandeel van het wegvervoer naar het spoor, de binnenvaart en het shortsea-vervoer.

Aangezien er momenteel nogal wat schort aan de samenwerking tussen de verschillende modaliteiten, zal, ook voor een betere aansluiting op produktie en handel, een ketenbenadering moeten worden gestimuleerd. Binnen de vervoerssector is daartoe, meent het departement, een integratieslag noodzaak.

Wegvervoer, railvervoer, binnenvaart, luchtvervoer, shortsea-vervoer en pijpleidingen dienen complementair te zijn en op knooppunten op elkaar aan te sluiten. Uiteraard moeten die knooppunten weer aangesloten zijn op multimodale netwerken. En essentieel daarbij is dat de sectoren zelf moeten gaan denken in logistieke ketens.

Er moet een corridorbenadering komen, met name voor lange afstand, vindt het departement. Het ministerie streeft naar een marktaandeel van het intermodaal vervoer, op afstanden langer dan 200 kilometer, van 60 procent in het jaar 2010.

Om het intermodaal vervoer te stimuleren, zal de komende jaren een bedrijfsvestigingsbeleid worden ontwikkeld dat meer rekening houdt met mogelijkheden van efficiencyverbetering en de bevordering van spoor-, binnenvaart-, buis- en intermodaal vervoer. Ook denkt het ministerie aan ondersteuning van dedicated terminals, bedoeld voor een of twee verladers. Het bedrijfsleven zal om advies hierover worden gevraagd.

Andere stimuleringsmaatregelen voor het intermodaal vervoer zijn:

een tijdelijke bijdrageregeling in de aanloopkosten van shuttleverbindingen (shortsea, binnenvaart en spoor);

een tijdelijke bijdrageregeling voor aanschaf van materieel of aanpassing van materieel voor gecombineerd vervoer (25 miljoen gulden voor de komende vijf jaar);

internationale afspraken over gelijke concurrentievoorwaarden in het shortsea-vervoer, bijvoorbeeld over de ‘bill of lading’, leveringscondities en aansprakelijkheid;

het project 2000 short, dat uitgaat van concentratie van verschillende containerterminals voor het shortsea-vervoer in de Rotterdamse haven.

Verder acht Verkeer en Waterstaat liberalisering in het wegvervoer onontbeerlijk. Die liberalisering is al voor een belangrijk deel voltooid, maar vereist toch de komende jaren nog de nodige aandacht. Zo wil Nederland het dossier ‘afmetingen en gewichten’ van de EU weer op tafel krijgen. Het wachten is op een voorstel van de Europese Commissie. Ook moet de tachograaf in het kader van de Europese wetgeving vervangen worden door de boordcomputer.

Per 1 januari zal de monopoliepositie van de Gemeenschappelijke Personeelsdienst Wegvervoer worden opgeheven. Ook worden de toegangseisen voor toetreding tot de markt, vakbekwaamheid, kredietwaardigheid en betrouwbaarheid, geharmoniseerd.

Om gelijke concurrentievoorwaarden bij cabotage te bevorderen, dient nationale aanvullende wetgeving op de Europese wetgeving zoveel mogelijk te worden beperkt. Zo is de harmonisatie van de vakbekwaamheid in het vervoer van gevaarlijke stoffen van groot belang.

Het ministerie ondersteunt tevens initiatieven uit de markt om nieuwe technologie te ontwikkelen. Daarbij gaat het onder meer om informatietechnologie (smart-card), logistieke systemen (combiroad), benutting van de fysieke infrastructuur (stiller treinverkeer) en beheersing van goederenstromen (kingpin). Er is hiervoor tot 1998 een bedrag van 35 miljoen gulden uitgetrokken, beheerd door het Centrum Transporttechnologie.

Minister A. Jorritsma licht de begroting toe: ,,We hebben uitdrukkelijk gekozen voor de projecten die een oplossing aandragen voor de problemen.” (Foto: Robert van Stuyvenberg)

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement