Dat vraagstuk kwam aan bod tijdens het jaarlijkse diner van Fenex, de branchevereniging voor de expediteurs. Maar volgens Fenex-voorzitter Roderick de la Houssaye hoeft zijn achterban zich geen zorgen te maken. ‘Er wordt al twintig jaar gezegd dat een expediteur een uitstervend beroep is. Maar als je een internationale verzending wilt doen, ben je al snel met tientallen partijen aan het praten. Een expediteur organiseert dat transport voor derden. Als je een huis bouwt, vraag je ook een aannemer om de dakdekker, metselaar, elektricien en loodgieter aan te sturen. Je hebt toch iemand nodig die dat allemaal organiseert. De expediteur is nog altijd hard nodig. Zo is ons ledenaantal in twee jaar tijd dan ook gestegen van 500 naar 600.’

Geen goede voet

De la Houssaye beseft wel dat de sector op dit moment niet echt op goede voet staat met de rederijen. ‘De containertarieven zijn de laatste twee jaar fors omhoog gegaan, terwijl de dienstverlening is achtergebleven. Maersk verdient bijna meer geld dan Pfizer. Het is dan vreemd als ze opeens geen zaken meer met ons willen doen, maar rechtstreeks naar de verlader stappen, zoals bij Hamburg Süd het geval is. Zeker nu de rederijen het afgelopen jaar voor 21 miljard aan logistieke bedrijven hebben gekocht.’

Toch durfde de Fenex-voorman wel de hand in eigen boezem te steken. ‘Ook in slechte tijden moeten wij onze dienstverlening op peil houden. Onze toegevoegde waarde moet voor iedereen duidelijk zijn. Vroeger was dat makkelijker dan nu, vooral sinds de coronacrisis en nu de Oekraïne-oorlog. Die hebben grote impact op de supplychains.’

Toch zag Evofenedex-voorzitter Steven Lak, die tijdens het diner op het podium in gesprek ging met De la Houssaye, dat juist als een mogelijkheid. ‘In deze tijd met al die moeilijkheden in de supplychains, is er een uitgelezen kans voor expediteurs om hun meerwaarde te tonen voor alle verladers die met hun handen in het haar zitten.’

Dan moet de sector zich wel in sommige opzichten nog wat verbeteren, vindt Lak. ‘Je kunt niet zomaar meer een flinke marge op transport zetten en daarvoor een niet-transparante factuur sturen. Die tijd is voorbij. Er mag best wat verdiend worden, maar het moet transparant zijn.’

Die boodschap werd erkend door De la Houssaye: ‘Maar daar zijn wel twee kanten voor nodig. Verladers willen graag hun handen vrijhouden en gemakkelijk kunnen switchen. Dat belemmert een goede integratie. Een lange-termijnsamenwerking is altijd efficiënter voor beide partijen. De expediteurs kunnen misschien wel wat sterker hun rol pakken op het gebied van duurzaamheid. We moeten de verlader bij de hand nemen door inzichtelijk te maken wat de meest duurzame oplossing is en dat vervolgens ook te organiseren.’

Block exemption regulation

Fenex en Evofenedex vonden elkaar vooral in hun klachten over de rederijen. Lak: ‘De service in de lijnvaart is nog nooit zo slecht geweest en de tarieven zijn torenhoog. Tegelijkertijd zie je ook in de luchtvaart prijsexplosies, dat raakt ons allemaal. Het oligopolie in de rederijwereld wordt gehandhaafd door de Europese Unie via de block exemption regulation. Dat is uniek. Veertig jaar geleden waren er wellicht goede redenen om het in te voeren, maar die lijken me nu niet meer van toepassing.’

De la Houssaye riep Evofenedex dan ook op samen op te trekken om zo een goede positie te houden in de gesprekken met de rederijen. ‘Het gaat voor verladers grote problemen opleveren als ze ook voor de overige dienstverlening – zoals de organisatie van douane, voor- en natransport, warehousing – afhankelijk worden van de rederijen. Als dat tegen vergelijkbare tarieven en dienstverlening gaat als de huidige zeevracht wordt het een peperdure chaos.’

En dan hebben de producenten ook nog eens te maken met een nieuwe realiteit op het geopolitieke vlak. Lak: ‘Het protectionisme keert weer terug, landen trekken zich minder aan van handelsverdragen. Voor Nederland is dat heel slecht. We zijn een open economie en gedijen bij open grenzen. Tegelijkertijd zie je wereldwijd ook nog eens logistieke verstoringen, wat effect heeft op grondstoffen en halffabrikaten. Dat hakt er behoorlijk in.’

Ook te gast bij het diner was staatssecretaris Aukje de Vries

Douane

Ook te gast bij het diner was staatssecretaris Aukje de Vries, verantwoordelijk voor de douane. Daarover overigens niets dan lof door De la Houssaye en Lak. ‘Er is geen land waar de douane zo goed georganiseerd is als in Nederland. Er wordt goed meegedacht met het bedrijfsleven. Daardoor hebben we een goede samenwerking. Wel kunnen we kijken waar we elkaar nog meer kunnen vinden.’ Zo zou het bedrijfsleven de ogen en oren kunnen zijn voor de douane tegen drugssmokkel, vindt de Fenex-voorzitter.

Lak had op zijn beurt nog wel een boodschap aan de staatssecretaris: ‘Blijf ervoor zorgen dat er voldoende personeel bij de douane is. En dat het bestaande systeem van Portbase als European Single Window gebruikt wordt en de overheid er niet een eigen systeem naast gaat zetten.’

De staatssecretaris onderstreepte nog eens hoe belangrijk de aanpak van de ondermijning is voor dit kabinet. ‘Dat begint al bij de containeroverslag in Zuid-Amerika. Het liefst willen we van daaruit al de nodige informatie krijgen, zodat we weten waar op te letten. Bijvoorbeeld door samen met de keten te kijken wat betrouwbare partijen zijn. Die krijgen dan iets meer ruimte. Voldoe je niet aan de voorwaarden, dan word je strenger gecontroleerd’, aldus De Vries.

‘Voor het bedrijfsleven is het belangrijk dat de douane-procedures in de verschillende landen in overeenstemming met elkaar zijn. Maar Nederland heeft zoveel belangrijke handelsstromen via de Rotterdamse haven en Schiphol, dat je dat niet kunt vergelijken met landen waar dat niet het geval is. Europa heeft één interne markt en het is belangrijk dat de verschillende douanes met elkaar samenwerken en zaken afstemmen. Maar je wilt als individuele lidstaat wel grip houden op je eigen douaneprocessen.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement