De uitspraak gaat over een boete van 901.000 euro vanwege een inbreuk op het kartelverbod bij Kloosterboer IJmuiden, dat in de periode waar de boete betrekking op heeft (van 2005 tot 2009), eigendom was van Samskip. De IJmuidense vestiging kreeg de boete door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) opgelegd vanwege ‘zeer zware overtreding’ van de concurrentiewetgeving, zoals het uitwisselen van concurrentiegevoelige informatie met andere koel- en vrieshuizen.

Eerder ging Samskip nog met succes in beroep bij de bestuursrechter in Rotterdam, die de boete in 2018 schrapte. De ACM kreeg vervolgens alsnog gelijk van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), die de zaak voor een nieuwe behandeling verwees naar de rechtbank. Die oordeelt nu dat de boete en de hoogte daarvan terecht zijn.

Samskip voerde in zijn verweer onder meer aan dat de ACM tijdens de bedrijfsbezoeken documenten heeft bekeken die niet vallen onder de reikwijdte van het onderzoek. Ook is het volgens Samskip niet terecht dat het handelen van dochterbedrijf Kloosterboer IJmuiden wordt toegerekend aan het moederbedrijf. De rechter oordeelt echter dat de twee bedrijven een economische eenheid vormden, waardoor Samskip wel degelijk moet opdraaien voor de boete. De rechtbank vindt de opgelegde boete bovendien passend gelet op de ernst van de overtreding.

Kartelafspraken

De ACM legde in 2016 voor ruim 12,5 miljoen euro aan boetes op voor concurrentiebeperkende afspraken tussen bedrijven in de koel- en vrieshuizensector. Eimskip, Kloosbeheer (moederbedrijf Kloosterboer), Samskip en het voormalige Van Bon, dat later H&S Coldstores werd, waren tussen 2006 en 2009 in gesprek over een fusie, maar maakten volgens de ACM ondertussen verboden kartelafspraken.

De ACM concludeerde destijds na onderzoek dat managers van de bedrijven tarieven met elkaar bespraken. Ook deelden ze informatie over de bezettingsgraad en of ze een opdracht wilden hebben of niet. Soms maakten ze afspraken wie welke klant zou krijgen of welke prijsstijging doorberekend zou worden. Er werden ook afspraken gemaakt over offertes aan bedrijven zodat er van tevoren duidelijk was wie de opdracht zou binnenhalen, aldus de ACM.

Tegen de uitspraak van de rechterbank in Rotterdam is nog hoger beroep mogelijk.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement