Railexperts richt zich onder andere op goederenvervoer en besloten personenvervoer. Spoorbeheerder ProRail vraagt voor het gebruik van het spoor een vergoeding. Railexperts heeft de klacht ingediend omdat ProRail de tarieven over 2023 voor het rijden van treinen, de dienst treinpad, heeft verlaagd, maar de tarieven voor het gebruik van het spoor voor het rangeren en opstellen van treinen, de dienst opstellen, heeft verhoogd.

De spooronderneming zegt in vergelijking met andere spoorbedrijven relatief veel gebruik te maken van de dienst opstellen en minder van de dienst treinpad. Dit zou tot gevolg hebben dat de businesscase van Railexperts ‘op lange termijn niet houdbaar is’. Omdat concurrenten die meer treinen rijden en minder rangeren juist voordeel ondervinden van de nieuwe tarieven, is de onderneming van mening te worden ‘benadeeld en gediscrimineerd’.

ProRail benadrukt echter dat de nieuwe tarieven in lijn zijn met de geldende wet- en regelgeving. De spoorbeheerder stelt dat een tariefswijziging altijd voordelen en nadelen met zich meebrengt, maar dat er dan juridisch gezien nog geen sprake is van oneerlijke behandeling.

Ook stelt ProRail dat Railexperts de mogelijkheid heeft gehad te reageren toen de methode voor het berekenen van de tarieven werd goedgekeurd en ook tegen het besluit in beroep had kunnen gaan. Aangezien de onderneming dat niet heeft gedaan, moet de klacht volgens ProRail niet ontvankelijk worden verklaard.

De ACM stelt hierin echter niet mee te gaan, aangezien elke spoorwegonderneming het recht heeft om een klacht in te dienen. Dat een bedrijf niet eerder op een besluit gereageerd heeft doet hieraan niet af. De klacht is daarom wel beoordeeld.

Redelijke winst

De ACM heeft voor het beoordelen van de klacht getoetst of de methode voor het berekenen van de tarieven juist is en op de juiste manier door ProRail wordt toegepast. Dit blijkt volgens de ACM het geval.

De organisatie benoemt bovendien dat de tarieven voor het rijden van treinen wettelijk gezien niet hoger, maar ook niet lager mogen zijn dan de totale kosten die voortvloeien uit de exploitatie van de treindienst. Er is voor ProRail daarom wettelijk gezien geen ruimte om de tarieven voor deze dienst aan te passen.

Voor de dienst opstellen is het wettelijk wel mogelijk om in de vergoeding de kosten voor de exploitatie van de dienst te verhogen met ‘een redelijke winst’. ProRail stelt dat de vergoeding die de spoorbeheerder vraagt voor de dienst opstellen gelijk is aan 78,8% van de integrale kosten die de organisatie maakt, zonder een redelijk rendement.

De ACM heeft ook gecontroleerd of de tarieven voor opstellen discriminerend zijn voor Railexperts. De ACM benoemt dat ProRail één tarief hanteert voor alle opstelsporen. Alleen voor de verdeelsporen op Kijfhoek wordt een ander tarief gerekend. Er is volgens de ACM sprake van discriminatie wanneer ondernemingen in gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. En dat is volgens de ACM hier niet het geval. Dat verschillende spoorondernemingen de diensten die ProRail aanbiedt in meer of mindere mate gebruiken, betekent volgens de organisatie nog niet dat er sprake is van ongelijke behandeling.

Hans-Willem Vroon, directeur van belangenvereniging RailGood, liet eerder al weten dat vooral goederenvervoerders door de nieuwe tarieven te maken krijgen met hogere kosten aangezien het goederenvervoer vaker van de dienst opstellen gebruik maakt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is van plan om een tijdelijke subsidie te verstrekken voor de gebruiksvergoeding voor het opstellen en rangeren van treinen, waarmee ongeveer een kwart van de kosten die bedrijven maken voor deze dienst vergoed moeten worden. Deze regeling is op dit moment aan de Europese Commissie aangeboden voor een staatssteuntoets.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement