Aan het woord is mevrouw L. Maes, beheerder van de grootste Belgische binnenvaartgroep Delta Bulk. Tijdens het onlangs gehouden symposium ‘Containervervoer per binnenschip’ maakte zij indruk met een kort, maar gedegen en zeer gedecideerd betoog met als strekking dat er wel degelijk kansen zijn voor het containervervoer over de binnenwateren. Voorwaarde is volgens haar dan wel dat alle betrokken partijen van goede wil moeten zijn.
“Ik ben er heilig van overtuigd dat de binnenvaart op termijn een belangrijke rol zal kunnen spelen in de oplossing van de congestieproblemen. We kunnen nu eenmaal niet blijven doorgaan met het aanleggen van nieuwe wegen, zeker niet als we op de vaarwegen nog meer dan voldoende capaciteit tot onze beschikking hebben.”
Een van de belangrijkste problemen is het feit dat de overslagkosten op de grote haventerminals zowel in Rotterdam als in Antwerpen voor de binnenvaart veel hoger liggen dan voor spoor en weg. “Dat komt omdat ze voor wagons en vrachtwagens veel goedkopere overslagappartuur gebruiken, terwijl lichters worden gelost en geladen met kranen die voor de zeeschepen gebruikt worden. Het is nogal logisch dat we op die manier niet kunnen concurreren.”
Volgens Maes zou er al zeer veel gewonnen zijn als de grote containerterminals (ECT en Unitcentre in Rotterdam, Hessenatie, Noord Natie en Katoen Natie in Antwerpen) zouden investeren in speciale lichterbeladers. “Het feit dat ze dat tot nu toe niet gedaan hebben, betekent toch dat ze de binnenvaart onvoldoende serieus nemen.”
Toch lijkt het erop dat er binnen niet al te lange tijd verandering in die situatie zal komen. Zo heeft Noord Natie aangekondigd dat de onderneming een 500 meter lange (!) lichterkaai zal aanleggen, mocht ze de concessie krijgen voor de tweede Schelde-containerterminal. Die wordt mogelijk over een jaar of twee gebouwd. Ook zou, los daarvan, worden gewerkt aan plannen om een of meer speciale lichterkaaien te bouwen. “Er wordt door een aantal partijen serieus over de mogelijkheden nagedacht” , is alles wat Maes daarover in dit stadium kwijt wil.
Daarmee zou mogelijk ook het probleem van de claims opgelost kunnen worden. Maes legt uit wat ze daarmee bedoelt: “Als je bij de ene terminal vertraging oploopt, kom je noodgedwongen te laat bij de volgende terminal en krijg je dus een claim om je oren. De enige manier om dat te recupereren, is het indienen van een claim bij de terminal die in eerste instantie verantwoordelijk was voor de vertraging. Als je er nu maar voor zorgt dat het stapeltje inkomende claims even groot is als het uitgaande stapeltje, dan is er niet zoveel aan de hand, behalve dat het allemaal veel tijd en moeite kost, die we op een veel betere manier zouden kunnen besteden.”
Overigens heeft Delta Bulk geen directe belangen in het containervervoer. Die zijn uitbesteed aan de Container Exploitatie Maatschappij (CEM). Die is enkele jaren geleden ontstaan uit een samenwerkingsverband tussen de twee containerrederijen WCT en CGB. De CEM houdt zich vooral bezig met het vervoer van containers tussen Rotterdam en Antwerpen en in mindere mate met vervoer over de Rijn. Het binnenlandse containervervoer in Belgie is, op enkele experimenten na, nog nauwelijks van de grond gekomen. Delta-Bulk is een cooperatieve rederij met ruim twintig leden, die beschikt over een vloot van twaalf duwboten, veertig duwbakken en zes moderne motorschepen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement