Den Haag . Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft aangekondigd dat de strategische oliereserves zullen worden aangesproken wanneer er een oorlog uitbreekt in Irak. Het Agentschap bevestigt dat de OPEC niet in staat is het wegvallen van de Iraakse oliestroom op te vangen. Het ministerie van Economische Zaken houdt intussen rekening met een autoloze zondag.
De 26 lidstaten van het IEA hebben gezamenlijk een noodreserve ruwe olie van 3,72 miljard vaten. De zakenkrant Financial Times citeert het hoofd van het IEA, C. Mandel, die gesteld heeft dat deze reserves zullen worden aangesproken zodra de oliestroom in de richting van de geïndustrialiseerde landen zou haperen als gevolg van oorlog. ,,We willen de markt duidelijk maken dat in een tekort zal worden voorzien door zowel de olieverbruikende landen als de producenten’’, aldus Mandel.
Het is pas voor de tweede keer in de geschiedenis, dat de IEA zich bereid toont de noodreserves ruwe olie aan te spreken. Tijdens de Golfoorlog in 1991 leidde eenzelfde aankondiging tot een diepe val van de olieprijzen, die uitkwamen op iets meer dan tien dollar per vat. Op de oliemarkt zijn de prijzen de laatste maanden scherp gestegen. Ze daalden gisteren overigens met ruim 2,5 dollar (Brent) tot 29 dollar per vat toen duidelijk werd dat de VS en Groot-Brittannië geen nieuwe resolutie in de VN zullen indienen.
Het IEA komt met de aankondiging omdat de landen van de OPEC onvoldoende capaciteit blijken te hebben om het wegvallen van de Iraakse productie, die op het moment 2,5 miljoen vaten per dag bedraagt, op te vangen. Volgens het agentschap zal er een tekort ontstaan van 1,68 miljoen vaten per dag.
Het ministerie van Economische Zaken is voorbereid op energiebesparende maatregelen zoals een verlaging van de maximumsnelheid op de autosnelwegen en een autoloze zondag. Op de website van het ministerie staan diverse stukken die betrekking hebben op de plannen voor een oliecrisis, waaronder een brief van de toenmalige minister, Jorritsma, uit mei 2000 aan de Tweede Kamer. Zij keerde zich tegen wettelijke afleveringsbeperkingen en distributie van motorbrandstoffen en overige olieproducten. Een publiciteitscampagne gericht op oliebesparing, verlaging van de maximumsnelheid en een autoloze zondag zouden volgens haar moeten voldoen.