Deze week deel 3 van 4 in een serie over de Zweedse houtindustrie.

Hoewel staatsbosbedrijf Sveaskog nog gecertificeerd is, leggen milieuactivisten en rendierhouders het werk ervan graag stil. Greenpeace keert zich tegen de kap van oude bossen, herders zien het wintervoedsel voor hun dieren verdwijnen.

‘Sinds ik een klacht bij het FSC indiende, kijkt mijn buurman me niet meer aan’, vertelt Hans Halmo, rendierhouder en voorzitter van de Sami-gemeenschap in Muonio. Halmo’s buurman verdient zijn geld met het transport van de houtoogst van Sveaskog. Als het FSC (Forest Stewardship Council) zou besluiten zijn certificering in te trekken, zou dat enorme gevolgen kunnen hebben voor de kap in de regio: het grootste deel van zijn 3,9 miljoen hectare aan bosgrond bevindt zich hier in het noorden van Zweden. Sveaskog zelf noemt het eventueel verlies van zijn FSC-certificaat als zijn grootste bedrijfsrisico.

Ondanks de bekoelde relatie met de buurman is Halmo blij met zijn samenwerking met Greenpeace, dat zijn rendier-coöperatie hielp de klacht in te dienen. ‘Het aantal boswerkers in het dorp is erg afgenomen. Vroeger waren het er tientallen, nu is de buurman een van de weinigen, en moet hij vaak heel ver weg aan het werk.’ De schaalvergroting met haar enorme ‘clear-cuts’, hier soms honderden hectares groot, betekent ook minder werk. Ondanks het enorme bosaandeel van het bedrijf, heeft Sveaskog maar zo’n achthonderd mensen in dienst.

Koning van de Lappen

De buurman zou bij een duurzamer beheer veel meer kunnen verdienen, denkt Greenpeace-vrijwilliger Anna-Lena Lohaus. Als bosbouwkundige weet ze dat selectiever kappen veel meer banen zou opleveren, die betaald kunnen worden met de hogere waarde van het hout. Bovendien leidt het tot bossen die bijvoorbeeld ook inkomsten uit bessen of toerisme kunnen genereren.

De strijd tussen de belangen van de rendierhouders, de bosbouwers en de recreanten is niet nieuw in dit gebied. De Sami wonen al duizenden jaren in het noorden van het huidige Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland, maar hun leefgebied kwam door koloniserende koningen en optrekkende grenzen onder druk te staan. In 1606 riep de Zweedse koning Carl IX zichzelf uit tot ‘Koning van de Lappen’. Hij verbood hun religie, verbrandde hun ceremoniële drums en vernielde hun heilige plaatsen in een poging ze te ‘civiliseren’. Sami die buiten het officiële ‘Lapland’ leefden, werden gedwongen daarheen te verhuizen.

De Zweedse Sami zijn officieel verdeeld in drie categorieën: de berg-Sami, die hun rendieren zomers in de bergen laten grazen en langs de rivieren trekken, de bos-Sami die hun dieren jaarrond in het bos houden, en ‘concessie-Sami’ die in een gebied wonen dat onder een door Zweden ingestelde rendiergrens valt.

Tekst gaat verder onder de foto.

Rendieren in kaalgekapt gebied
Rendieren in kaalgekapt gebied.

Frustreren

Hoewel Zweden de VN-resolutie voor de rechten van inheemse volkeren (ILO169) niet geratificeerd heeft, hebben ‘bos’- en ‘berg’-Sami-coöperaties bepaalde rechten die voor mensen buiten die gemeenschappen moeilijker te krijgen zijn. Volgens de FSC-procedures moeten zij geconsulteerd worden in de besluiten van de grote kapbedrijven die in hun gebieden werken. Maar daar gaat het mis: Halmo’s Muonio-Sami’s zien zichzelf als bos-Sami, maar Sveaskog behandelt hen als een concessie-gemeenschap die je kan negeren.

Gelukkig voor de Muonio-Sami en Greenpeace schrijft de wet ook voor, dat je de bosmachines niet mag gebruiken op minder dan 100 meter afstand van een mens, vertelt Lohaus. Reden voor Greenpeace om een post met vrijwilligers op te zetten: zodra ze een oogstmachine spotten, gaat iemand in de buurt staan om het werk te frustreren. Sveaskog betaalt de machinist wel door. Zo ligt het werk in het omstreden bos in Muonio al maanden stil.

In vergelijking met de enorme kale vlaktes en plantages eromheen, ziet het betreffende stukje bos er nogal mager uit. Greenpeace heeft bordjes in de bomen gehangen om aan te geven dat het om een omstreden gebied gaat. Lohaus wijst op de zwarte slierten die aan de takken hangen: het korstmos waar de rendieren in de winter op overleven. Het groeit alleen in oude bossen, in bomen van ongeveer 120 jaar oud. Hier in de poolcirkel is zo’n boom vaak net dik genoeg om te oogsten.

Die zwarte plukken zijn een laatste redmiddel voor rendieren, legt Halmo uit. De winter is de tijd waarin ze drachtig zijn en ze hun energie moeten sparen. Ze zoeken beschutting tussen de hoge bomen en schrapen sneeuw weg op zoek naar bessenbladeren en het witte rendierkorstmos op de grond. Waar het bos gekapt en omgeploegd wordt, is dat er vaak niet meer.

Lastig

Bovendien lijkt klimaatverwarming ook hier extra schade te berokkenen. Tussentijdse smeltperiodes in de winter leiden ertoe dat het sneeuwdek dikke lagen ijs bevat, waardoor de rendieren de grond niet meer kunnen bereiken. Dan rest ze het korstmos uit de oude bomen, dat uit de bomen waait.

Om een FSC-certificering te krijgen, moet een bosbedrijf voldoen aan criteria van drie gelijkwaardige ‘kamers’: een economische, een ecologische en een sociale. ‘Omdat je die verschillende belangen moet afwegen, kan je uiteindelijk toch kaalslag zien’, vertelt juridisch adviseur Jenny Wik Karlsson in haar kantoor in Umeå. ‘Het systeem is nog niet helemaal erop toegerust om met conflicten om te gaan. We streven naar consensus, maar in een stemming moeten tenminste twee van de drie kamers het eens zijn’. Wik Karlsson is lid van de sociale kamer van het Zweedse FSC en uitvoerend directeur van de Zweedse Sami-associatie. Ze verwacht dat de Muonio-klacht tegen Sveaskog gehonoreerd zal worden, maar benadrukt dat het intrekken van een certificaat lastig is.

Tekst gaat verder onder de foto.

Waarschuwing bordjes Greenpeace in omstreden gebied, onderdeel van grondgebied
Waarschuwing bordjes Greenpeace in het omstreden gebied.

Vierde kamer

In Muonio werken sociale en ecologische organisaties samen, maar in het FSC is dat niet altijd zo, weet Wik Karlsson. ‘Natuurorganisaties hechten vaak meer aan beschermde gebieden, terwijl rendierherders een grotere groene infrastructuur nodig hebben. Daarnaast kent de sociale kamer interne complicaties: we moeten rekening houden met lokale werknemers en ondernemers, die vaak spanningen met de Sami hebben. Bijvoorbeeld als die zich tegen de mijnbouw keren. Om ook hun inheemse rechten te kunnen garanderen, hebben we in het FSC eigenlijk een vierde kamer nodig.’

Ook in andere landen zie je dat activiteiten in inheemse gebieden geaccepteerd worden zolang het voorgeschreven overlegproces maar wordt gevolgd, constateert Wik Karlsson. ‘Het Zweedse FSC heeft inheemse rechten vorig jaar versterkt door een Free, Prior and Informed Consent, een FPIC-eis, in te voeren. Wat dat oplevert moeten we nog zien. Tot nu toe is de balans in de bosbouw kwijt. Soms kan je dingen aanvechten en krijgt iemand compensatie. Maar rendieren eten geen geld.’

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding