Het emplacement wordt in fases gerealiseerd en sluit aan op de APMT en RWG terminals op de Maasvlakte Zuid, meldt het Havenbedrijf Rotterdam. Het EMZ is een gezamenlijk project van Prorail, het Havenbedrijf, het ministerie van IenW en de Europese Commissie (EC), waarmee wordt ingezet op beter internationaal spoorgoederenvervoer en minder wegtransport. De havenspoorlijn moet een alternatief zijn voor de binnenvaart in geval van laag water. De EC wil het aandeel van vrachtvervoer per spoor in 2030 verhogen met 50% en in 2050 met 100%, in het kader van de European Green Deal.

Daadwerkelijke groei

Voor de bouw van het nieuwe emplacement hebben HbR en BAM Infra onlangs een overeenkomst getekend voor de aanleg van de ondergrondse leidingkokers die nodig zijn voor de aanbouw van het spooremplacement. Het gaat nu om de realisatie van de eerste fase die in 2027 afgerond moet zijn.

De realisatie van de tweede fase van het emplacement is direct gerelateerd aan de daadwerkelijke groei die tegen die tijd heeft plaatsgevonden in het spoorgoederenvervoer op de Maasvlakte. Die tweede bundel wordt media 2040 verwacht.

6.750 extra treinen

Voor de aanleg van het EMZ zijn ondergrondse constructies nodig om verschillende kabel- en leidingtracés te ‘overkluizen’. Waar de tracés de infrastructuur kruizen, zijn ondergrondse voorzieningen aangelegd zodat daar ‘bovengronds’ geen last meer van is. Bovendien komen er leidingkokers voor toekomstige leidingen die vaak te maken hebben met de energietransitie waardoor de overlast bij het spoor wordt beperkt, omdat de leidingkoker zorgt voor doorgang onder het spoor.

Door de aanleg denkt het HbR jaarlijks de samenstelling van 6.750 extra treinen te stimuleren tussen Maasvlakte en het achterland. In 2023 reden er 35.300 goederentreinen van en naar de haven van Rotterdam, blijkt uit cijfers van ProRail. Iedere trein houdt 56 vrachtwagens van de weg, aldus het havenbedrijf.

Uitbreiding Maasvlakte 2

Tien jaar na de aanleg van Maasvlakte 2 werkt het HbR aan de uitbreiding van de containerterminals in dit gebied. RWG breidt uit met 920 meter kademuur en een extra haventerrein van 45 hectare. APM Terminals krijgt er een kilometer kademuur bij en 47,5 hectare aan haventerrein.

Het HbR streeft ernaar dat een belangrijk deel van het transport dat ontstaat door de energietransitie, via het spoor gaat. Dan gaat het onder andere om de aanleg van de bioraffinaderij van Neste en de waterstoffabriek van Shell, het elektriciteitsknooppunt van Tennet, de aanleg en uitbreiding van SIF dat funderingen voor windturbines op zee produceert.