De transportsector in Nederland kampt niet alleen met het bekende chauffeurstekort, maar heeft ook grote moeite aan voldoende geschoolde krachten voor het midden- en hogere kader te komen. Transportbedrijven, expediteurs, cargadoors, rederijagenten en andere logistieke dienstverleners, – ze vissen allemaal in een kweekvijver waar niet genoeg nieuw talent in binnenstroomt. Dat kan de komende jaren een enorm probleem gaan worden.

Een goed beeld geeft de Arbeidsmarktverkenning Mainport Rotterdam die Ecorys eind vorig jaar opstelde in opdracht van ondernemersvereniging Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam. Alleen al in de Rotterdamse regio hebben industrie en haven- en transportbedrijven de komende vier jaar zo’n twee- tot drieduizend nieuwe werknemers nodig.

De helft van die personeelsbehoefte, ter aanvulling of uitbreiding van het werknemersbestand, denken bedrijven uit de markt te kunnen halen. De andere helft, dus 1000 tot 1500 werknemers, moeten uit het mbo- en gedeeltelijk het hbo-onderwijs komen. De onderwijscapaciteit, bij de vele verschillende kennisinstituten in en rondom Rotterdam, is daar op zich wel op berekend. ‘Het grote knelpunt is dat er zich te weinig studenten voor de scholen aanmelden’, zegt Johan Baggerman van expediteursorganisatie Fenex. ‘Wat doe je daaraan? Werven, reclame, promotie. We grijpen alles aan om de interesse van jongeren voor onze bedrijfstak te wekken. We waren bijvoorbeeld heel blij met de negendelige RTL-serie over de haven, waarin ook een deel van het vak van expediteur aan bod kwam en het werken in de haven werd belicht.’

Volgens Baggerman is de instroom van leerlingen kwantitatief te laag. ‘Maar daar zitten andere sectoren en bedrijfstakken eveneens mee. In het algemeen zal altijd een bepaald aandeel van de studenten kiezen voor een bepaald beroep of voor een bepaalde sector. Het aandeel dat kiest voor transport en logistiek wijkt niet af van vroeger. Wil je dat aandeel echter vergroten, dan moet je concurreren met andere delen van het bedrijfsleven.’

Alleen al in de regio Rotterdam denken expediteurs tot 2011 jaarlijks 240 tot 350 nieuwe medewerkers nodig te hebben voor logistieke functies in hun bedrijf. Daarbij gaat het om zo’n 70 tot 110 schoolverlaters op mbo-niveau 4 (expediteurs en managers havenlogistiek), 100 tot 120 mbo-schoolverlaters op de niveaus 2 en 3 (aankomend expediteur of manager havenlogistiek, dan wel warehousemedewerker/ voorman). Verder 40 tot 90 mensen met een economisch/logistieke opleiding op hbo-niveau. Dit alles op een totaal van (2006) zo’n 8.000 arbeidsplaatsen bij expediteursbedrijven. Die moeten voor een deel uit de schoolbanken van het reguliere onderwijs komen, maar de Fenex probeert ook met eigen opleidingen – zoals declarant, assistent-declarant, incoterms, invullen van douanedocumenten – bij te dragen aan de kwaliteit van de medewerkers en het behoud van medewerkers voor de expeditiebranche. Cargadoors en rederijkantoren in de regio Rotterdam, samen goed voor circa 3.000 arbeidsplaatsen, hengelen jaarlijks naar 100 tot 125 schoolverlaters, vooral met het diploma van de mbo-opleiding cargadoor/manager havenlogistiek, dan wel aankomend cargadoor/medewerker havenlogistiek op zak. Verder zijn er jaarlijks nog tot 20 hbo-ers logistiek en economie nodig en tot 10 waterklerken.

Bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures zouden er voor kunnen kiezen dan maar mensen van een wat lager niveau binnen te halen. ‘Nee’, zegt Baggerman, ‘dat is geen optie. De eisen die het bedrijfsleven stelt, nemen alleen maar toe. Klanten verwachten steeds meer van je. Je kunt het je dus als expediteur of als cargadoor niet veroorloven mensen onder het gewenste niveau aan te nemen.’ Uit de arbeidsmarktverkenning bleek dat bij industriële en havenbedrijven in Rotterdam 31 procent van de nieuwe personeelsvraag ontstond door uitbreiding. Tweederde van die vraag dient ter vervanging van ouderen. In 29 procent van de gevallen gaat het om vervanging van mensen die een baan elders hebben aanvaard.

Bij expediteurs komen relatief veel banen vrij doordat mensen met pensioen gaan. Het gaat om 40 procent van het totaal. In 31 procent van de gevallen betreft het nieuwe banen, wegens bedrijfsuitbreiding. Uitbreiding is bij cargadoors goed voor 44 procent van de vraag naar nieuw personeel. Daar is kennelijk de gemiddelde leeftijd lager, want maar 17 procent van de arbeidsplaatsen valt open wegens pensionering.

Hoe zit het met de leeftijdsopbouw in de hele haven, met inbegrip van de industrie? Daar is een kwart van het personeel jonger dan 35 jaar. Een derde is 35 tot 45 jaar en 45 procent is ouder. Dat is zorgelijk veel in vergelijking met het landelijk gemiddelde van 36 procent. Maar het Rotterdamse percentage ouderen hangt vooral samen met de relatief talrijke oudere, ervaren vaklieden in bijvoorbeeld de procesindustrie en in de ‘maintenance’.

In de transport- en havengerelateerde bedrijven is de personeelsopbouw iets evenwichtiger. Bij expediteurs maken jongeren tot 35 nu 28 procent van het totaal uit. Tussen 35 en 45 is 28 procent, tussen 45 en 55 nog eens 28 procent en 55 jaar en ouder is 16 procent. Bij de cargadoors is het percentage jongeren zelfs 42 procent, terwijl slechts 10 procent 55 jaar of ouder is.

Daar staat tegenover dat bij de stuwadoorsbedrijven wel sprake is van een forse vergrijzing. Bijna een kwart van het personeel is ouder dan 55, terwijl jongeren tot 35 maar 21 procent van het totaal uitmaken. Havenbedrijven in de op- en overslag staan dus voor een groot probleem. Ze zullen de komende jaren een aanzienlijk deel van hun personeelsbestand moeten aanvullen, als de oudste generatie de haven verlaat. Gelukkig vissen die bedrijven vaak niet of nauwelijks in dezelfde kweekvijver waaruit expediteurs en cargadoors hun jonge talent hopen te betrekken.