ProRail zegt ‘forse financiële knelpunten’ te voorzien binnen de huidige situatie. Momenteel wordt er voor beheer, onderhoud en vervanging van infrastructuur in Nederland voor de weg, het spoor en het water jaarlijks 1,125 miljard euro gereserveerd.  ProRail meldt echter te voorzien dat de spoorbeheerder een ‘substantieel deel’ van dit bedrag per jaar nodig gaat hebben voor alleen het onderhoud van het spoor gedurende deze kabinetsperiode.

De oorzaak voor het tekort aan middelen is onder andere een al gevalideerd tekort in spooronderhoud vanaf 2026 en het feit dat bepaalde al langer bestaande risisco’s nu bovenkomen. Daar komen nieuwe eisen bij in wet- en regelgeving en benodigde maatregelen op het gebied van onder andere cybersecurity en duurzaamheid. Ook materiaalschaarste en prijsstijgingen zorgen bovendien voor problematiek.

Ook is het de verwachting is dat het spoorgebruik de komende jaren zowel voor passagiers- als goederenvervoer sterk gaat groeien. ProRail stelt dat het toekomstbestendig onderhouden van het spoor onder druk kan komen te staan, waardoor er in de toekomst mogelijk een enorme inhaalslag in het onderhoud nodig zal zijn. ‘Hiermee riskeren we een significante afname van het huidige prestatieniveau voor reizigers en verladers’, aldus de spoorbeheerder.

Grote spoorprojecten

Naast het spooronderhoud benoemt ProRail voor het goederenvervoer dat de capaciteit in de haven uitgebreid moet worden, onder andere om treinen van 740 meter te kunnen faciliteren. Ook stelt de organisatie het belang van het doorontwikkelen van het spoornetwerk op de lange termijn, zoals voorbereidingen voor grote spoorprojecten. Hieronder valt voor het goederenvervoer onder andere Goederen Oost-Nederland, het geschikt maken van het spoor tussen Elst en Oldenzaal voor goederenvervoer.

Verder vraagt het moeten voldoen van het spoornetwerk aan Europese eisen, zoals TEN-T, om forse investeringen. De spoorbeheerder vreest niet aan al die eisen te kunnen voldoen en geeft aan onder andere de invoer van ERTMS en de aanpassingen die nodig zijn voor het laten rijden van treinen van 740 meter met het ministerie te willen bespreken.

Onderzoek

Momenteel stelt de spoorbeheerder een impactanalyse op waarin onderzocht wordt waar de financiële knelpunten exact liggen en wat daarvan de consequenties zijn zodat het ministerie weet wat wel en niet haalbaar is en waar extra geld ingestoken moet worden.

Om de problemen op te lossen geeft ProRail alvast enkele mogelijke opties. Zo is er de mogelijkheid de verdeling van de financiële middelen tussen spoor- en wegvervoer aan te passen. Ook moet er een onderzoek komen zodat het geld dat beschikbaar is gesteld voor het spoor gaat naar de projecten met de hoogste prioriteit. Daarnaast raadt ProRail aan om met Europa in gesprek te gaan over de haalbaarheid van de internationale TENT-T en TSI maatregelen die zijn gesteld.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement