We treffen Lindeman in de woonkamer van zijn huis in Nootdorp, waar hij woont met zijn vrouw, hun hond, een kraai en een kerkuil. ‘Ik wilde net een dutje gaan doen.’ De vraag of we het interview niet op een ander moment moeten afnemen, wimpelt hij af. ‘Komt wel goed, ik ben thuis.’

Lindeman is vermoeid, hij is net terug van een bezoek aan de Delta-terminal van ECT in Rotterdam, waar hij fungeert als bruggenbouwer tussen de terminal operator en containervervoerders. ‘Ik loop er al veertig jaar tegenaan te schoppen dat de wachtrijen te lang zijn op de terminals. Vrachtwagens staan wel drie, vier of vijf uur te wachten voor ze een container op kunnen halen. En nu ik met die ziekte zit, hebben ze gevraagd of ik eens naar het truckproces wil kijken. Dat moet wat soepeler gaan verlopen daar.’

Diagnose

Precies een jaar geleden kwam het slechte nieuws. De dokter ontdekte darmkanker bij Lindeman. ‘Die kwam wel even binnen ja’, zucht hij. Later kwamen ook uitzaaiingen op zijn lever aan het licht. Operaties, chemokuren en bestraling volgden, met wisselend succes.

‘Maar nu heeft hij ook nog botkanker’, vertelt zijn vrouw Marianne. ‘Vorige week hebben ze een pin in zijn been gezet ter versteviging, zodat hij kan lopen op de bruiloft van onze dochter.’ Die bruiloft stond eerst in april gepland, maar werd naar voren gehaald, naar februari. ‘Ze weten niet hoe lang het nog duurt. Dat kan een paar weken of maanden zijn. Maar het gaat niet meer weg en oud word ik niet’, zegt Lindeman.

Een jaar geleden kreeg Lindeman de diagnose dat hij kanker heeft. Foto: RvdM / NT

Het werk dat hij nu doet, is precies wat Lindeman zo heeft gemist in de haven. ‘Er wordt niet meer gecommuniceerd. Vroeger ging ik gewoon naar binnen bij de terminals. Dan zei ik: joh, waarom staan die gasten hier nou weer drie uur? En dan werden ze wakker, die mensen van de ECT. Dan gingen ze het oplossen. Als chauffeur een probleem had, ging ik bellen. Maar chauffeurs weten niet meer wat er speelt. Terminals zouden dat veel inzichtelijker moeten maken.’

De telefoon gaat. Het is een transporteur die bij Lindeman klaagt dat zijn chauffeur al urenlang staat te wachten op de terminal. ‘Kan je even kijken hoe lang dat nog gaat duren?’ Op zijn laptop zoekt Lindeman een overzicht op. Daar kan hij precies op zien welke vrachtwagen waar staat en wat de wachttijden zijn. ‘Ik zie het al, er is een kraan kapot. Dat duurt nog wel even.’

IJsbeer

Lindeman begon zo’n veertig jaar geleden als vrachtwagenchauffeur. Min of meer per ongeluk werd hij zelfstandig overnemer, of eigen rijder. ‘Ik wilde dat eigenlijk helemaal niet. Zo’n vrachtwagen is behoorlijk duur om in je eentje te kopen. Ik runde een bedrijf samen met een compagnon, maar die besloot om alleen verder te gaan. Toen moest ik wel.’

In de transportwereld staat Lindeman bekend als de IJsbeer, een naam die nog uit zijn baan als portier stamt. ‘Ik was een van de grotere kerels daar en ik liep de hele avond heen en weer, te ijsberen. Daarom zijn ze me zo gaan noemen. En in feite deed ik op mijn vrachtwagen hetzelfde, ik reed continu heen en weer.’

Vern

Na enkele jaren als eigen rijder komt Lindeman Klaas de Waardt tegen. ‘Klaas had toen net de stichting Vern (Verenigde Eigen Rijders Nederland, red.) opgericht, dat zal zo’n 25 jaar geleden zijn. Het klikte meteen.’ Lindeman wordt actief bij de brancheorganisatie van De Waardt en gaat zich met name inzetten voor de eigen rijders die containers uit de haven vervoeren.

Het eerste wapenfeit van de stichting volgt in 2000. ‘Toen hebben we onze eerste grote actie gedaan’, vertelt Lindeman niet zonder trots. Hij laat een krantenartikel zien dat hij bewaard heeft. ‘De diesel werd een stuk duurder, daar waren wij als ondernemers het natuurlijk niet mee eens. Een demonstratie hing al een paar weken in de lucht. Op een gegeven moment reed ik richting Moerdijk en een maatje van me reed achter me met zijn vrachtwagen. Ik zei: we gaan een bakkie doen. Maar niet bij het tankstation, dat doen we hier midden op de weg.’

Lindeman licht snel de politie in en samen met zijn collega houdt hij het verkeer twintig minuten staande. Als hij later terugkeert in de haven van Rotterdam, is daar een nog groter protest bezig waar hij bij aansluit. De acties blijven niet onopgemerkt: twee weken later komt er een dieseltoeslag voor de transporteurs.

Vrachtwagen van René Lindeman
René Lindeman is zo’n veertig jaar actief geweest als vrachtwagenchauffeur. Foto: René Lindeman

In de jaren daarna groeit de Vern uit tot een organisatie met 1800 deelnemers. Blokkades van terminals volgen en in Den Haag krijgt de stichting steeds vaker een plek aan tafel. ‘Vorige week was ik nog bij Mark Harbers (demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat, red.) om het over de vrachtwagenheffing te hebben. Die lijkt er nu toch te komen, in 2025 of 2026’, zegt Lindeman. ‘Ik maak dat in ieder geval niet meer mee.’

Verandering

Tijdens zijn loopbaan heeft Lindeman veel zien veranderen. Vooral de losse sfeer en gezelligheid van vroeger mist hij. ‘Er is geen verbondenheid meer onder de truckers. Vroeger kende ik iedereen als ik een restaurant binnenliep. Ik heb nog wel een hele nacht zitten praten met die mannen, dan ging ik de volgende dag pas om drie of vier uur rijden.’

‘Er kon ook veel meer’, voegt Lindeman eraan toe. ‘Dan reden we met zijn drieën naast elkaar, ik over de vluchtstrook. Er waren maar twee banen’, lacht hij. Als hij op een keer wordt aangehouden, doet een doosje appels de politie op andere gedachten brengen.

‘Ik heb een geweldige tijd gehad. Ik ben overal geweest’, blikt Lindeman terug. ‘Zweden, Italië, Rusland. Het mooiste vond ik om je truck door een smal straatje te wurmen waar een personenauto niet door durft. En dat jou het wel lukt.’

‘Tegenwoordig is het allemaal zo streng. En dan zit je nog met Oost-Europese chauffeurs die veel goedkoper zijn en waar je niet mee kunt communiceren. Grote bedrijven die veel makkelijker aan vrachtwagens komen. Zij kopen vijf trucks en krijgen de zesde er gratis bij. Daar kun je niet mee concurreren. Steeds meer eigen rijders stoppen ermee.’

Lindeman verwacht dat de komst van elektrische vrachtwagens het zelfstandige bestaan alleen nog maar minder aantrekkelijk maakt. ‘Die vrachtwagens zijn niet meer te betalen. En dan moet je hem ook nog ergens opladen.’

Herrie schoppen

Bij gebrek aan jonge aanwas, dunt ook de Vern uit, ziet Lindeman. ‘Naar mijn mening loopt de Vern op zijn einde. Wie wil nou nog voor een habbekrats in Den Haag allerlei papieren doornemen? Alle leden zijn op leeftijd, ik heb mijn laatste vergadering in maart op de planning staan. Als ik weg ben, is er niemand die mijn taken oppakt.’ Zijn vrachtwagen deed hij vier maanden geleden al van de hand. ‘Die rijdt nu tussen Polen en Oekraïne.’

‘Af en toe staat er iemand op die herrie gaat schoppen in de haven’, besluit Lindeman. ‘Het gaat niet om die ene persoon, het draait uiteindelijk om het transport. Mensen proberen de theorie naar de praktijk brengen, maar je moet de praktijk naar de theorie brengen. Daar hebben we allemaal profijt van. De haven van Rotterdam is de grootste van Europa, dat moet je met z’n allen zo zien te houden.’