De kunstwerken op de Neckar staan wel op de nominatie om te worden gerenoveerd of vernieuwd en er wordt ook al aan gewerkt, maar pessimistische schattingen gaan ervan uit dat het wel eens tot 2050 kan duren voordat dit werk klaar is.

Bij de viering van het 25-jarig bestaan van de DP World-terminal in Stuttgart werd gesproken over de bouw van sluizen die 135-meterschepen kunnen schutten, althans over een flink deel van de rivier. Nederlandse schippers die op de ­Neckar varen, veelal met schroot, zien dat echter nog niet gebeuren.

‘Ze kunnen beter zorgen dat de rivier betrouwbaar wordt voor schepen tot 105 meter’, zegt schipper Antoine Rensen van de ‘Springer’ (80 x 9,50 meter). Zijn collega Adrie van de Poel van de ‘Jaap Wouter’ (80 x 10,10 meter) is het daar hartgrondig mee eens. Schipper Roel Schuitemaker van de ‘Wiljette’ (105 x 10,50 meter) acht de rivier te smal en bochtig voor 135-meterschepen. ‘Andere schepen zullen dan moeten wachten op zo’n 135-meterschip. En het is nu al schipperen.’

Drie jaar bezig

Rensen en Van de Poel denken dat renovatie van de sluizen wellicht sneller gaat dan complete nieuwbouw. ‘Hoewel’, zegt Van de Poel, ‘al het lapwerk van nu schiet ook absoluut niet op. Het duurt en duurt. En als het ene lek is gedicht, is er wel weer een ander. Er zijn sluizen bij, daar zie je de scheuren in de muren groter worden.’

Minister van Verkeer Wilfred Hermann van Baden-Württemberg zei het eind september tijdens het jubileumfeest van de terminal in Stuttgart zo: ‘Als ik een kop moest zetten boven het verhaal van de ombouw van de Neckar, dan was dat: De ontdekking van de traagheid. In veertien jaar is precies één nieuwe sluis gebouwd. We moeten de regering in Berlijn ervan overtuigen dat meer snelheid geboden is.’ Rensen herkent dat meteen: ‘Het begint al bij Feudenheim, waar ze een kolk gaan verlengen naar 135 meter. Daar zijn ze al drie jaar bezig, wat betekent dat er vaak vijf of zes schuttingen liggen te wachten. Slechts een van de drie kolken functioneert. En ook verderop zijn weinig sluizen met twee werkende kolken. In mijn ogen is de Neckar versleten en kapot.’

Dat er weinig sluizen met twee werkende kolken zijn, blijkt uit het overzicht per 4 oktober van het WSA Neckar. Bij 18 van de 27 sluiscomplexen is een kolk buiten bedrijf, veel daarvan al jaren. Op de website van het WSA verder de mededeling dat buiten storingen ook periodiek onderhoud wordt gepland. ‘En als dat aan een sluis is waarvan slechts een kolk werkt, betekent dat een stremming.’

Dat de Neckar ‘versleten en kapot’ is, wordt onderschreven door Adrie van de Poel. ‘Het is een bouwval. De ene stremming na de andere. Daar zijn ze wel heel makkelijk mee. En met het rekken van klussen. Dan gebeurt er weer wat, krijgen ze ruzie met de aannemer en ligt een klus zomaar een jaar stil. Met oeverwerken net zo. Als een stuk dijk is verzakt, zoals bij Pleidelsheim, wordt het wat opgelapt, een scheve damwand erlangs en maar zien of het een keer echt wordt aangepakt. Ik bedenk me net, ik vaar nu vijftien jaar met personeel en zolang is de ene kolk in Pleidelsheim al buiten dienst. Ik heb nog meegemaakt dat ze allebei werkten, de jongens niet meer.’

Kwaad

Van de Poel is vaak met schroot onderweg naar Plochingen. Daar wordt het gesorteerd en geknipt, waarna het naar Amsterdam of Rotterdam gaat. ‘Dat wegbrengen laat ik aan anderen over. Ik kom niet graag in zeehavens. Daar hebben ze zulke grote grijpers, daar loop je makkelijk schade mee op. Ik vaar liever naar Kehl, Frankrijk of Luxemburg. O, en waar ik me ook kwaad over kan maken, is dat je ligt te wachten op een schutting en dan schepen van de witte vloot of containerschepen met voorrang voorbij ziet komen varen. Omdat die een dienstregeling hebben. Alsof wij niet op tijd ergens willen zijn.’

Iemand die wel schroot naar Amsterdam, Rotterdam en Beverwijk brengt, is Roel Schuitemaker van de ‘Wiljette’. Zijn oordeel over de ­Neckar is gematigder. ‘Je moet weten dat je wat extra tijd moet meenemen. Je moet wat schipperen en goed weten wanneer je wel van de Rijn af moet opvaren en wanneer niet. Niet maandagmorgen om zes, zeven uur aankomen. Dan weet je dat het wel even gaat duren.’

Ook Schuitemaker komt regelmatig op de Neckar en lijkt vertragingen te accepteren. ‘Er zijn heel oude sluizen waar het schutten zomaar een uur duurt. Maar bij een volgende ben je er weer binnen een half uur door.’ Schade door lossen met grote grijpers in zeehavens zegt Schuitemaker niet veel te hebben. ‘Nou hebben we ook een zware vlakke stalen buikdenning waar niet gauw wat mee gebeurt. En is er een keer wél wat, dan laten we butsentrekker Nico Bandstra uit Joure komen en die trekt ze er vlot weer uit.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding