Hoe kijk je terug op je periode bij TKI Dinalog?

Het is altijd wel turbulent geweest. Toen ik begon, zaten we net in de afwikkeling van het ‘oude’ Dinalog. Het nieuwe topsectorenbeleid werd opgestart en Dinalog was nog ingericht volgens een oude regeling. Er moesten nieuwe sectorale innovatie-instituten komen; dat werd TKI Dinalog (TKI = Topconsortium voor Kennis en Innovatie, red).

Was dat vooral een ambtelijke wijziging?

Het ministerie van Economische Zaken maakte die afweging. De oude instituten deden eigenlijk veel te veel en dat was soms op het randje van staatssteun. De nieuwe regeling was veel ‘cleaner’ qua governance. De instituten die overheidsgeld uitkeren, moeten zelf liefst geen economische activiteiten ontplooien. De TKI-regeling is een regime van toegestane staatssteun en daarbij horen strakke governance-regels en financieringsvoorwaarden. We zijn daarom opnieuw begonnen met een structuur waarin we aan die regels voldoen. In tegenstelling tot Dinalog heeft het TKI zelf geen economische activiteiten meer buiten het domein van de Topsector Logistiek. Die transitie heb ik geleid.

Hoe zorg je ervoor dat gelden op de juiste manier besteed worden?

Doelmatigheid en rechtmatigheid is belangrijk. Het gaat immers om belastinggeld. Je moet goed kunnen uitleggen wat je ermee doet. In de TKI-regeling is dat wel prima geregeld; dat is heel transparant. De grote vraag is soms wel hoe je de sector meekrijgt. De discussie is vaak of je met de koplopers aan de gang moet of ook een verantwoordelijkheid hebt om de rest van de markt mee te krijgen met de innovatieprogramma’s.

Wat vind jij?

Als je terugkijkt op de afgelopen periode zijn we vooral met de koplopers bezig geweest. Nou is dat in de logistiek een grote groep en spreek je al snel over zo’n duizend bedrijven die betrokken zijn bij de initiatieven, maar de sector is veel groter. In de kleine bedrijven zit niet altijd zozeer logistieke innovatie, maar wel vernieuwing. Zo hebben we een keer een fintech-programma gedraaid voor hen omdat bleek dat die markt worstelde met facturering, vaak gekoppeld aan een vrachtbrief of ‘proof-of-delivery’. Misschien hadden we meer moeten doen voor die groep, maar dat was moeilijker dan gedacht. De grote massa is moeilijk bereikbaar, en ogenschijnlijk simpele problemen vragen soms toch complexe oplossingen.

Welke logistieke uitdagingen zijn de afgelopen zeven jaar dankzij de TKI Dinalog-projecten opgelost?

We hebben grote stappen gezet op het gebied van bouwlogistiek. Dat was in 2014 amper een thema. Inmiddels is er een groot innovatieprogramma vanuit de bouwsector zelf. Ze realiseren zich dat ze met slimme logistiek veel kunnen bereiken. Daar hebben we als topsector veel voor gedaan door projecten te financieren die eraan bijdragen, zoals initiatieven voor bouwhubs. Ook in de servicelogistiek en met bezorgmodellen in de stadslogistiek hebben we grote stappen gezet.

Waarin ben je misschien teleur­gesteld?

We hebben heel hard gewerkt aan de vorming van control towers, het coördineren van logistiek over ketens of bedrijven heen. De vraag is of dat opgeleverd heeft wat we ervan hadden verwacht. Het is nog niet echt doorgebroken. Al heeft het wel aangetoond dat het zinvol is om vanuit ketenperspectief over de wereld na te denken. Een bedrijfspraktijk aan de voorkant combineren met een optimale logistieke operatie aan de achterkant is soms ingewikkelder dan gedacht.

Hoe komt dat?

De kwaliteit van data is lang niet altijd goed genoeg. We krijgen wel méér data, maar niet altijd betere. Ook zijn de vraagstukken soms te wiskundig en complex om snel op te lossen. En we komen er steeds meer achter dat logistiek niet alleen maar een kwestie is van netwerkjes doorrekenen, maar ook van de juiste mensen aan elkaar koppelen.

Wat zijn de uitdagingen voor je opvolger?

We gaan de komende jaren aan de slag op het gebied van duurzaamheid, digitalisering en ketenregie. Bij dat laatste gaan we niet meer naar 4C en control towers kijken, maar vooral naar hoe we de ketens robuuster kunnen maken. Duurzaamheid gaat over elektrificatie en energietransitie, maar zeker ook over de bijbehorende rittenpatronen en langjarig verdienvermogen.

Je verdwijnt niet uit de logistiek?

Ik blijf twee dagen per week hoogleraar bij de Rotterdam School of Management op het gebied van logistiek. Bij Erasmus UPT geef ik nu al les en ga ik me meer bezighouden met de onderwijsprogramma’s. Daarnaast heeft UPT een onderwijsportefeuille met buitenlandse trajecten. Die ga ik uitbreiden en er meer gezicht aan geven.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding