Denemarken heeft altijd voorop gelopen in de stroomproductie uit offshore wind. Ondanks veel spot en scepsis nam het land in 1991 ‘s werelds eerste offshore windpark in gebruik. Dit Vindeby telde elf turbines van samen vijf megawatt, genoeg voor zo’n 2200 huishoudens. Dat klinkt tegenwoordig bijna aandoenlijk: nu buitelen ontwikkelaars over elkaar heen met aankondigingen van molens met vermogens van meer dan een gigawatt, in hun eentje goed voor tweehonderd Vindeby’s.

Maar Vindeby bewees dat offshore wind een betrouwbare energiebron was en dat het potentieel praktisch oneindig was. Toch duurde het nog jaren voordat andere landen schoorvoetend windparken op zee begonnen te bouwen. Inmiddels is de wind wel gekeerd. Volgens het Global Wind Report 2021 van maart dit jaar werd vorig jaar ruim zes gigawatt aan productiecapaciteit op zee in gebruik genomen.

Politieke kant

Denemarken lijkt opnieuw geschiedenis te schrijven met de bouw van een kunstmatig eiland, dat gaat dienen als een transmissiecentrum voor een reeks windparken eromheen. In de eerste fase moet het eiland drie gigawatt aan elektrisch vermogen kunnen leveren, en uiteindelijk tien megawatt. Dat is bijna anderhalf keer de huidige energiebehoefte van Denemarken, zodat een deel van de stroom waarschijnlijk aan andere landen kan worden verkocht.

Als het project doorgaat, en daar lijkt het vooralsnog wel op, dan wordt het met een geschatte investering van bijna dertig miljard euro het grootste bouwproject uit de Deense geschiedenis. Volgens de huidige plannen krijgt het eiland een oppervlakte van twaalf hectare en moet het op zo’n tachtig kilometer afstand van de Deense kust in de Noordzee verrijzen. Streefdatum om de eerste fase in gebruik te kunnen nemen is 2030.

Het Deense energieagentschap heeft het Zweedse ingenieurs- en architectenbureau Sweco als adviseur in de arm genomen. Het bureau gaat de Denen de komende vier jaar bijstaan bij het formuleren van de functionele eisen waaraan het project moet voldoen. Daarbij gaat het niet alleen om technische, juridische en economische aspecten, maar ook om de politieke kant van de zaak.

Inspiratie

De Denen maakten oorspronkelijk met onder meer Havenbedrijf Rotterdam deel uit van het North Sea Power Hub-consortium, dat gericht is op de bouw van een nog veel groter energie-eiland midden op de Noordzee. Dat zou niet alleen stroom moeten gaan leveren, maar ook groene waterstof. Afgelopen maart meldde topman Allard Castelein tegenover NT dat het Havenbedrijf zich terug ging trekken omdat duidelijk was geworden dat de hub niet genoeg groene stroom zou kunnen leveren om aan de Rotterdamse behoefte te voldoen.

Kort daarvoor hadden de Denen hun ‘Alleingang’ aangekondigd. Volgens Jes Hansen, bij Sweco verantwoordelijk voor het project, kan de basis voor ‘een nieuwe groene economische activiteit’ worden gelegd. Hij zei verder te hopen dat het zal dienen als ‘inspiratie voor de rest van de wereld’. De geschiedenis leert dat hij daar best eens gelijk in zou kunnen krijgen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding