Waarom hebben we dit programma nodig?

Nederland behoort tot de top van de infrastructuur, maar als we dat willen behouden, moeten we echt gaan investeren in digitalisering. Op dit moment hebben we bijvoorbeeld nog heel veel papieren vrachtbrieven. Vroeger konden we ons onderscheiden door de ligging van Rotterdam, Amsterdam en de goede infrastructuur daarachter, maar nu zie je dat we marktaandeel aan het verliezen zijn. Digitalisering moet onze nieuwe onderscheidende factor worden. Met de succesfactoren uit het verleden alleen, redden we het niet meer. Er wordt bovendien veel van ons gevraagd qua wendbaarheid. Kijk bijvoorbeeld naar corona, de congestie in de havens en de energiecrisis. Degenen die daar snel op in kunnen spelen, lukt het om voorop te blijven lopen. En daar gaat DIL bij helpen.

Hoe gaat DIL daar dan bij helpen?

In DIL hebben we drie werkpakketten. Aan de ene kant kijkt DIL naar de ontwikkeling van BDI, een decentraal ontwikkelde data-deel-infrastructuur. Daarnaast hebben we de living labs. Daarmee testen we datgene wat we bedenken. We willen zo snel mogelijk waarde toevoegen in concrete ketens. Dus niet alleen vijf jaar een laboratorium in, maar het zo snel mogelijk toepassen in de praktijk. Het is bovendien de bedoeling dat onze BDI interoperabel is met de systemen die in andere Europese landen worden ontwikkeld. Het derde werkpakket houdt in dat we met bedrijven willen werken aan het opvijzelen van de bereidheid om digitaal te werken en aan het ontwikkelen van de benodigde digitale volwassenheid. Het kan voor sommige mkb’ers best lastig zijn om opeens in zo’n digitale wereld te stappen, omdat zij kennis en personeel missen. Toch hebben ook zij hier baat bij. En nu is de benodigde ondersteuning hiervoor aanwezig via logistiekdigitaal.nl. Ook werken we samen met studenten die direct bij die bedrijven aan de slag kunnen. Er komt bovendien een grote campagne om bedrijven te stimuleren meer met digitalisering te doen. Ik denk dat eindgebruikers steeds vaker aan partijen in hun keten gaan vragen om digitaal informatie te delen.

Heb je ook een voorbeeld van de digitale volwassenheid waaraan we moeten denken? 

Neem bijvoorbeeld een vrachtwagenchauffeur die steeds actuele informatie krijgt over de bestemming waar hij naartoe moet. Stel dat de lostijden veranderen of dat wegen afgesloten zijn. Normaal gesproken krijg je dat óf niet te horen, of je ziet het pas als je voor de deur staat. Ook ontwikkelen we binnen DIL een containerdossier. Alle data van containers wil je op dezelfde manier voor iedereen toegankelijk maken, zodat men weet wanneer de container gelost kan worden en wanneer een partij erbij kan.

En welke stappen gaan er nu genomen worden om dit soort zaken te realiseren?

Komend jaar gaan we ons vooral richten op het opstarten van de living labs en het opdoen van ervaring. Het eerste jaar wordt testen, testen en testen. Daarna gaan we kijken of je onderdelen van de techniek al in de echte logistieke ketens kwijt kan. Wij maken nu de start, maar uiteindelijk willen we dat andere partijen dat steeds meer overnemen.

Waarom ziet IenW het als taak om dit op zich te nemen?

Je ziet op dit moment dominantie op de digitale logistieke markt van een toenemend aantal grote commerciële platformen. Dat zijn gesloten communities waar het gros van de logistieke ketenpartners in het mkb niet aan kan of wil meedoen. Immers, je dient je te schikken naar hun voorwaarden. Dat is niet waar wij mee uit de voeten kunnen. Wij willen een open, neutrale en voor iedereen toegankelijke digitale infrastructuur. Wij doen daarom bewust een ingreep in de markt, omdat geen enkele individuele marktpartij het initiatief zal nemen om dit voor het algemeen belang te realiseren.

En tegen wat voor uitdagingen zou je aan kunnen lopen?

Je hebt altijd uitdagingen ten aanzien van de veiligheid. Je zult steeds moeten zorgen dat een systeem veilig en betrouwbaar is. Een andere grote uitdaging is de BDI. Dat moet je publiek-privaat gaan beheren. Partijen die ermee werken, willen meebeslissen. Dat inregelen voor een decentrale digitale infrastructuur is nog niet eerder op deze schaal vertoond.

Welk budget is hiervoor nodig?

Er is een bijdrage van ruim 51 miljoen euro gehonoreerd vanuit het nationale groeifonds, wat we natuurlijk allemaal in de onderwerpen gaan stoppen die we net hebben besproken. Daarnaast zijn er ook kosten die bedrijven zelf moeten maken. Daarmee komt het totale programmabudget op 72 miljoen.

Meer horen van Ruth Clabbers? Tijdens het VN Delta & Havencongres North Sea Port op 16 november in Terneuzen, gaat de DG Luchtvaart en Maritieme Zaken in op alle ontwikkelingen rondom Corridor Zuid. U kunt zich kosteloos registreren.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement