De voorbije jaren heeft Oostende zich sterk geprofileerd als servicehaven voor de offshore windparken. Momenteel zijn er al 399 windturbines opgesteld in het Belgische deel van de Noordzee, goed voor een achthonderd voltijdse banen in de stad. Dit jaar besliste de federale minister bevoegd voor de Noordzee, Vincent Van Quickenborne (VLD), om de totale Belgische offshore-windcapaciteit te verhogen van 2,2 naar 5,8 Gigawatt, door de bouw van nieuwe windturbines voor de kust van De Panne. Tegelijk staat de bouw op stapel van een energie-eiland, dat op een efficiënte manier over landen heen stroom moet uitwisselen.

‘Daarom hebben Vlaanderen en Oostende nood aan bijkomende capaciteit’, legt minister Peeters uit. ‘Er bestaan plannen om aan de Oostelijke strekdam een kaaimuur te bouwen met vlakke terminal om aan deze vraag te voldoen. Die kaaimuur moet grotere schepen kunnen verwelkomen, die instaan voor de ontwikkeling en het onderhoud van de windmolenparken op zee. Daarnaast blijven we inzetten op de verbetering van de toegankelijkheid tot de haven en de betere bescherming van Oostende tegen overstromingen.’

In die context voerde het havenbedrijf van Oostende al een milieu-impactstudie uit. Daaruit bleek dat er geen negatieve effecten zijn. Er zijn ook al een stromingsanalyse en een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd. De milieueffectenrapportering is moet in de eerste helft 2023 klaar zijn.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement