Volgens hem moeten ‘gaten worden gedicht in de Jones Act’, de Amerikaanse wet die binnenlands vervoer over zee voor Amerikaanse bedrijven reserveert. Die wet geldt ook voor de bouw van windparken in Amerikaanse wateren, een toekomstige miljardenmarkt.

Volgens het democratische congreslid staat de kustwacht (US Customs en Border Protection, CBP) veel te vaak uitzonderingen op de wet toe. Hij beroept zich daarbij op uitlatingen van de belangenclub Offshore Marine Service Association, die stelt dat de CBP overtreders weliswaar beboet, maar de regels veel te mild interpreteert.

Zijn ‘Close Agency Loopholes to the Jones Act’, zou een eind moeten maken aan ‘vijf decennia van discutabele CBP-uitspraken’. Garamendi: ‘Al bijna vijftig jaar staat het Congres aan de zijlijn terwijl federale regelgevers slechte beslissingen namen die cruciale bescherming voor de Amerikaanse arbeider ondermijnden. Dit stopt vandaag’.

Protectionistische scheepvaartwet

Het CBP verstrekt onder meer ontheffingen van de protectionistische scheepvaartwet als Amerikaanse bedrijven zelf niet beschikken over de benodigde scheepstypen. Voorbeelden daarvan zijn kraanschepen, kabelleggers, pijpenleggers, onderzoeksschepen, steenstorters en schepen voor seismisch onderzoek.

Bedrijven als Heerema, Van Oord en het Belgische Deme hebben dit jaar grote opdrachten binnengehaald voor projecten op de Amerikaanse offshore windmarkt. In veel gevallen werken de Europese aannemers samen met Amerikaanse bedrijven, die het transport van de onderdelen vanuit een Amerikaanse haven naar de bouwlocatie voor hun rekening nemen. De Europese bedrijven zorgen dan met gespecialiseerde schepen voor de installatie van de windturbines op zee.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement