MCS Industries diende in de zomer van 2021 een aanklacht in bij de Amerikaanse toezichthouder Federal Maritime Commission (FMC) omdat de rederijen MSC en Cosco volgens het bedrijf weigerden om bepaalde containervolumes te vervoeren die contractueel waren afgesproken, waardoor de verlader gedwongen werd om containerruimte in te huren op de destijds peperdure spotmarkt.

Cosco trof sindsdien al een regeling met MCS Industries, waarvan de details niet publiekelijk werden gemaakt, maar MSC maakte van begin af duidelijk dat het zich tot het bittere eind zou verzetten tegen de beschuldigingen. De Zwitsers-Italiaanse rederij stelde ‘geschokt’ te zijn over de aantijgingen en sprak van ‘laster’ en ‘miscommunicatie’.

Tegenbewijs

De Amerikaanse autoriteiten drongen er al sinds 2021 bij MSC op aan om met tegenbewijs te komen en documenten te overleggen. De rechter heeft nu besloten om de verlader in het gelijk te stellen en MSC de genoemde boete, plus rente, op te leggen omdat de rederij nog altijd niet met die documenten op de proppen is gekomen.

Het betreft een ‘default decision’, een soort veroordeling bij verstek waartegen de gedaagde partij nog in het verweer kan komen. MSC krijgt drie weken de tijd om alsnog tegenbewijs aan te leveren. Hoort de FMC dan nog steeds niets, dan wordt het vonnis definitief.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement